Retro-Sport: David Drieghe over de Serie 250 en de Aprilia Challenge

David Drieghe heeft van z’n hobby z’n beroep gemaakt. Tegenwoordig runt Drieghe Yamaha-dealership Moto Tech in Wetteren, daarnaast is hij ook de manager van het MotoTech EWC-team in het WK Endurance. Maar hij kende z’n grote doorbraak dankzij de titel  in de Aprilia RS 250-Cup. Deze merkencup werd eind jaren ‘90 in het kader van de Serie 250-klasse in het BK Snelheid verreden.

Tekst: BJ

Foto's: www.bikesnplanes.be/Guy Thonus, PDF Motorweek/Peter Jan Willems

Op m’n 16e behoorde ik tot de 'rebellerende brommerjeugd'. Toen ik iets te vaak in aanvaring kwam met de lokale politie, besefte ik dat het tijd was om m’n kicks op het circuit te beleven”, steekt Drieghe van wal als we hem naar z’n raceverleden vragen. ” Onder impuls van Hendrick De Bruycker, hier in Wetteren ook gekend als ‘Snoere’, begon de racemicrobe te kriebelen. Samen met een jeugdvriend schreef ik me op 16-jarige leeftijd in voor de toenmalige 6 uren van Westerlo, een endurancewedstrijd voor 50cc brommers. 'Snoere' speelde voor crewchief en wij deden het rijwerk op een Honda MBX.”

Drieghe (met nr. 194) op het circuit van Erpe-Mere, tijdens z'n debuut in de 50 cc-klasse van het BK Snelheid.

In 1996 duikt Drieghe voor het eerst op in de uitslagen van het BK Snelheid van de Belgische Motorrijdersbond. “In het BK zette ik m’n eerste stappen in de 50cc klasse, ook op een Honda MBX. Maar al vlug wou ik doorgroeien en dus stapte ik een jaar later over naar de Serie 125,” Die Serie was destijds een standaardklasse voor straatmotoren en eigenlijk het kleine broertje van de hoger aangeschreven Serie 250.  Destijds, in 1997, was de Cagiva Mito 125 het wapen bij uitstek voor de Serie 125. Net als 90% van het deelnemersveld zat Drieghe op deze machine al vond je ook een aantal inschrijvers met oudere Honda NSR 125’s en Yamaha TZR125R’s in de programmaboekjes.

"Op m'n 19e, na amper twee seizoenen, al Inter worden, daar zat ik niet op te wachten."

Kopstart in de Serie 125-race in Erpe-Mere op de Cagiva Mito.

Drieghe nestelt zich, met een zege tijdens de openingsronde op het circuit van Carole, meteen aan de kop van het BK Serie 125. Later volgen nog podiumplaats in Ronse, Oostende en Erpe-Mere. Wenkt het kampioenschap voor Drieghe dan wenkt ook de verplichte (!) overstap naar de Inters. “Daar zat ik niet echt op te wachten. Op m’n 19e vond ik het gewoon te vroeg om Inter te worden. Ik wilde eerst nog wat ervaring op doen in de Serie 250” zegt Drieghe over die bewuste beslissing. 

Debuut in de Serie 250 op het circuit van Gedinne.

Met een tweedehands Aprilia RS 250 trad ik tijdens de laatste wedstrijden van het seizoen in die klasse aan. Later dat jaar ben ik onder de vleugels van Benjamin ‘Benny’ Pister van Quick Motor Service (QMS) uit Melle terechtgekomen. Pister was Aprilia-dealer en had bovenal zelf als rijder een schat aan ervaring verzameld. Je mag gerust stellen dat ik van hem de stiel geleerd heb” blijft Drieghe ook twintig jaar later z'n mentor van destijds erkentelijk.

Drieghe (met nr. 16) tijdens de Short Races op het stratencircuit van Huy, langsheen de Maas.

De switch naar de Serie 250 en de Aprilia RS 250 blijkt toch een grote stap . “Je hebt ineens tweemaal zoveel vermogen aan het achterwiel. De RS 250 waarmee ik in 1997 in de klasse debuteerde produceerde 61 pk aan het achterwiel. De Aprilia voelde dan ook, in vergelijking met de Cagiva Mito 125 waarop ik tot dan had gereden, ineens aan als een kanon. Het nieuwe model dat vanaf het seizoen 1998 gebruikt werd, had  welgeteld één pk minder. Die 60 pk lijkt op papier  niet zo veel maar als je na een bocht te vlug terug op het gas ging of je achterband te koud was, kon dat in een high-sider resulteren” blikt Drieghe terug.

 

Het was destijds knokken geblazen in de Serie 250! Hier zien we David aan het werk op het stratencircuit van Tournai.

Bovendien was de Serie 250 ook sportief een stuk sterker dan de 125-variant. “Het was constant knokken geblazen”, herinnert Drieghe zich. “Ik reed er tegen mannen als een Roger Van Hecke, die later zou uitgroeien tot dé specialist van de kleinere klassen en in drie klassen tegelijk uitkwam. Maar ook Steve Coopman, Bruno Hubert en Gaëtan Humblet waren gevaarlijke klanten voor het podium. Op de smallere stratencircuits zoals Ronse en Erpe-Mere moesten we destijds zelfs in twee groepen – volgens pare of onpare nummers – kwalificeren. Gezien de erg korte trainingen moest je vanaf de eerste minuut knokken om erbij te zijn. Circuits als Erpe-Mere en Ronse waren geen stuurcircuits maar we waren destijds al blij dat we konden rijden.”

"Tijdens de races in Erpe-Mere en Oostende kon ik altijd op een massa supporters uit eigen streek rekenen"

David op weg naar de Serie 250-zege in Erpe-Mere, nadat hij eerder op de dag al derde werd in de Serie 125-race.

Het vroegere stratencircuit van Erpe-Mere, uitgetekend in het industriepark van de gelijknamige gemeente, ligt op nog geen tien kilometer van Drieghe’s Yamaha-dealership in de Wetterse deelgemeente Westrem. “Erpe-Mere was m’n thuiswedstrijd. Gezien het relatief dicht bij Schellebelle (waar Drieghe opgroeide, nvdr) lag kon er ik altijd op massale steun van supporters rekenen. Driehonderd fans langsheen het circuit was dan ook geen uitzondering. Dat verandert toch enigszins de sfeer en maakt het een stuk aangenamer. Ook de Snelheidsprijs van de Noordzee was een jaarlijkse vaste afspraak voor mijn supporters, daar konden ze vanaf het station van Schellebelle, met de trein naartoe. Op die manier werd het ook een beetje dagje uit aan zee.”

Triomfantelijk op het podium in Erpe-Mere!

De Standaard-klassen stonden in de vroege jaren ’90 nogal bekend omwille van hun vaak dubbelzinnige technische reglementen die ‘gefoefel’ in de hand werkten. Was dat ook in de Serie 250 het geval? “Als er al vals gespeeld werd, was dat toch vooral in de middenmoot of het achterveld. Die jongens hadden daarmee iets te winnen. De jongens die vooraan om de ereplaatsen streden, hadden vooral iets te verliezen. Na de wedstrijden werden een aantal motorfietsen verplicht uitgeloot en vervolgens gecontroleerd op de mobiele testbank van Crash50 (een vroegere motorzaak uit Beveren). Daarbij werd heel erg nauwlettend toegekeken of je het standaard opgegeven aantal pk’s (60 dus) niet overschreed. In de Serie 250 mocht je absoluut niets veranderen aan de uitlaten. Maar je kon toen wel het verschil maken met een goede afgestelde carburatie.”

Drieghe in QMS-kleuren op de door Johan Luyten geprepareerde Honda CR500 monobike (die echter als Aprilia werd ingeschreven).

Stefaan Philips, dan Drieghes vaste monteur en nu z’n vennoot in MotoTech, ontpopt zich al snel tot tweetaktspecialist. “Ik heb heel veel aan de inzet van Stefaan, en ook Benny Van Gyseghem ,te danken. In de Serie 250 is ook onze voorliefde voor tweetakten ontloken. Het jaar nadat ik de titel pakte in de Serie 250 ben ik overigens overgestapt naar de Proto 250-klasse. Later heb ik ook nog op een monobike geraced. Zo’n omgebouwde CR500 crossmotor kan je moeilijk vergelijken met een echte snelheidsmachine. Alleen al de powerband was zo smal, maar dan had je ook ineens al het vermogen ter beschikking. Om die machine te prepareren, konden we gelukkig op de goede raad van Johan Luyten (een in het Belgische motorcrossmilieu legendarische monteur/tuner) rekenen. In tegenstelling tot de meeste andere monobike-piloten heb ik m’n pure wegrace-stijl nooit aangepast om op die machine te rijden.”

Nadat hij eind 1998 eindlaureaat wordt van wat dan de Aprilia 250 Challenge heet, stapt Drieghe in 1999 over op een RSV 1000. “Samen met Benny Pister van QMS en de betreurde Danny Schildermans kwam ik dat jaar uit in het WK Endurance. Daar is de interesse voor de uithoudingswedstrijden geboren.. Maar dat is een ander verhaal”, besluit David.

Als eindlaureaat van de Aprilia Challenge van dat jaar, werd Drieghe in het laatste nummer van 1998 door onze collega’s van zusterblad MotorWeek2 geïnterviewd. Dat interview vind je hieronder terug in PDF-vorm.

Remerciements à Mr. Guy Thonus de www.bikesnplanes.be

Met dank aan dhr. Guy Thonus van www.bikesnplanes.be voor de foto's.

Meer over de opleidingsklasse die de Serie 250 en de Aprilia RS 250 was, lees je in ons overzichtsartikel over de klasse en de retro-test van deze sportieve tweetaktmachine

Geschreven op 23 april 2020
© Motoren & Toerisme