Toerverhaal: Roadtrip door de Harz

Pure Harztocht

Een roadtrip door de Harz? Dat klinkt misschien als een rustige rit door brave Duits heuvels, maar vergis je niet: de Harz heeft ook spannende kantjes. De streek biedt een cocktail van volksverhalen, uitdagende stuurwegen, mooie dorpjes en een afwisselend landschap – met af en toe een vleugje absurditeit. Een veelzijdige bestemming waar iedereen met een motorhart zich in de hemel waant.

Je kan een roadtrip nog zo goed plannen, en er zijn factoren die buiten je macht liggen. Deze toertocht naar de Harz-regio in Duitsland werden we daar weer eens mee geconfronteerd. De route was netjes uitgestippeld, een centraal gelegen hotel in Braunlage geboekt. De motor stond gepakt te blinken en het moreel zat ook goed. Alles stond op punt voor een rimpelloze reis. De weergoden hadden echter andere plannen. ‘Wisselvallig’ bleek een eufemisme. Ja, soms reden we onder een aangenaam, deugddoend zonnetje. Maar vaak regende het zo hard dat leek of de weergoden het Duitse hemelwater rechtstreeks in onze helmen en laarzen goten. Maar het deerde niet. De trip was gelanceerd en we waren onderweg naar voor ons onontgonnen gebied: de Harz.

Roadtrip door de Harz

Lego en olifanten

Op de heenreis naar Braunlage – zo’n 500 km vanuit midden-België – hadden we maar twee stops ingepland – buiten de obligate pauzes voor benzine en koffie. De eerste halte is de Lego-Brücke in Wuppertal. Deze doodgewone brug werd in 2011 zo realistisch beschilderd door straatkunstenaar Martin Heuwold, dat je zou zweren dat hij echt is gebouwd met enorme legostenen. Zijn ontwerp werd zo positief onthaald dat hij in 2020 nog een tweede Legobrug schilderde in het oosten van de stad: Legobrug 2.0, ditmaal in de kleuren van de regenboog, als symbool van openheid en diversiteit.

Nadat we er verbaasd onderdoor zijn gereden, rijden we door naar een andere, veel beroemdere attractie van Wuppertal: de Schwebebaan. Als Bruce Wayne een openbaar vervoerssysteem zou creëren in Gotham City, dan zou het dit zijn: een zwevende trein, opgehangen aan een metalen constructie op 12 meter hoogte. Futuristisch en stokoud tegelijkertijd. Het oorspronkelijke idee voor een hangend spoor stamt al uit 1824 – waarbij de wagons werden getrokken door paarden. Maar de Wuppertalse Schwebebahn werd pas in 1901 in bedrijf genomen. Om aan te tonen hoe veilig het systeem was, nam keizer Wilhelm II in hoogst eigen persoon plaats als passagier tijdens de eerste rit. De zweeftrein ‘rijdt’ vandaag de dag nog steeds rond alsof hij nooit uit de mode zal geraken.

Uitermate spectaculair was het bizarre ongeluk in 1950 plaatsvond met een drie jaar oude circusolifant genaamd Tuffi. Althoff Circus initieerde een spectaculaire publiciteitsstunt: ze zouden een van hun olifanten vervoeren met de zweeftrein. Maar halverwege de rit sprong het in dier in paniek door de wand van de trein en landde, samen met enkele journalisten en een andere passagier, tien meter lager in de rivier. De olifant kwam met de schrik vrij, en was in een klap wereldberoemd.

De Wuppertalse Schwebebahn. Zo zag de toekomst eruit in 1901

Schorskevers

We trekken verder oostwaarts, richting het noordelijk grensgebied van de Harz. Deze streek lijkt gemaakt voor motorrijders: bochtige wegen, glooiende heuvels, charmante dorpjes. Overal ruikt het naar nat bos en avontuur. En om het plaatje compleet te maken: er zijn relatief weinig toeristen. Wat ook opvalt, is dat grote delen van de sparrenbossen tot een bepaalde stamhoogte lijken afgestorven, of toch kaal zijn. Dat blijkt te komen door schorskevers, die zich door de sapkanalen van de bomen vreten. In normale omstandigheden zijn sparren voldoende gewapend met hars om zich te verdedigen, maar door droogte en warmte werkt dat afweermechanisme niet zo goed meer. Hele stukken bos ogen daardoor kaal en ietwat mistroostig. In het Nationaal Park Harz laat men echter de natuur haar gang gaan. Geen slecht idee, want van oorsprong was de Harz veel gevarieerder. In het verleden heeft men hier massaal sparren aangeplant. Die boom groeide snel en leverde recht, stevig hout dat ideaal was voor de mijnbouw. Waar de sparren verdwijnen komt op natuurlijke wijze terug ruimte vrij voor loofbomen en allerlei planten die de biodiversiteit vergroten. De benaming ’Harz’ gaat trouwens terug tot het oud-Germaanse woord voor bebost gebergte: Hart of Hardt.

Er staat ook een tussenstop bij de Königshütter Wasserfall op het programma. Mooi, en een echte klassieker, maar eerlijk gezegd was ik snel uitgekeken. Ik had de eerste dag al voldoende vallend water gezien …

Heksen en duivels

Na een goede nachtrust slaan we de roadtrip-menukaart open en zien we dat de Hexentanzplatz op de dagplanning staat. Die is gelegen op een bergplateau dat opdoemt boven het slaperige stadje Thale. Van oorsprong was deze heksendansvloer een occulte plaats, waar op 30 april tijdens de Walpurgisnacht – de Duitse tegenhanger van Halloween – bos- en berggodinnen werden vereerd. Toen de kerk deze heidense praktijken verbood, werd des plek de Hexentanzplatz genoemd. Wij stelden ons voor dat de lokale bevolking hier ’s nachts verkleed als heksen en demonen wild rond vreugdevuren danst. In de praktijk blijkt het een sfeervolle maar drukke culturele plek te zijn met allerlei attracties – meer een pretpark eigenlijk. Leuk om eens gezien te hebben, maar de baan roept luidkeels.

We trekken verder naar de Teufelsmauer. Een vreemde rotsformatie waaraan flink wat legendes zijn verbonden. Een van die verhalen verklaart de bijnaam van de rotsformatie. Lang geleden sloten God en de duivel een weddenschap af over de heerschappij over de aarde. De duivel moest binnen een bepaalde tijd een muur te bouwen die de wereld in tweeën zou delen. Maar hij haalde de deadline niet en in plaats van de helft, kreeg hij niets. Uit woede sloeg hij zijn half voltooide muur omver. Wat overeind bleef staan, kennen we vandaag als de Duivelsmuur.

Tja, een mens kan zich uit frustratie al eens laten gaan, zeker als het niet loopt zoals gepland. Dat overkwam ons tijdens onze trip ook regelmatig als we weer eens op wegenwerken stuittens en de gps eindeloos aan het herberekenen sloeg.

639 jaar luisteren

Na deze duivelse plekpleisters hadden we nood aan iets rustigs en cultureels. De uitgelezen plaats daarvoor is Halberstadt, waar zich de Sankt Burchardi-kerk bevindt. Daar is namelijk een bijzonder muzikaal langetermijnproject gaande. In de kerk wordt het stuk ORGAN2/ASLSP (As Slow as Possible) van John Cage uitgevoerd. Dit verbijsterende kunstproject, dat begon in 2001, duurt 639 jaar, en zal ergens in 2640 eindigen. Er even rustig bij gaan zitten om het muziekstuk helemaal te aanhoren zit er dus niet in. Om je een beeld te geven: de opmaat – de stilte net voordat de muziek daadwerkelijk begint – duurde alleen al 17 maanden. De individuele noten duren eveneens vele maanden tot zelfs jaren. Zo’n notenwissel trekt bezoekers uit de gehele wereld – voor de liefhebber: de volgende is op 5 augustus dit jaar. ‘Speciaal’ is het minste wat je ervan kan zeggen. Het idee dat je getuige bent van een muziekstuk dat nog bezig zal zijn als de mens misschien al op Mars woont, vind ik even absurd als geniaal. Je dient eerst aan te bellen bij bezoek, waarna de beheerder eigenhandig de grote kerksleutel omdraait. Hij bedankte ons na afloop voor ons bezoek, en vroeg ook om onze motoren de volgende keer te parkeren op de voorziene plaatsen. Oeps.

 

Zo klinkt eeuwigheid dus.

Magisch ritueel

Ons volgende doel brengt ons en onze in slaap gedommelde motoren terug naar de lokale folklore. We slingeren richting Brocken, het hoogste punt van de Harz, waar ooit wetenschap en het occulte tegenover elkaar stonden bij een poging om van een geit een jongen te maken – ja, je leest het goed. Het verhaal begint met een zekere Harry Price, scepticus en paranormaal onderzoeker die zich bezighield met het kritisch onderzoeken van spiritisme en vermeende bovennatuurlijke verschijnselen. Het verhaal wil dat Price tijdens de 100-jarige herdenking van Goethes sterfdag aan de festiviteiten in Brocken heeft deelgenomen door een eigen grootschalig magisch ritueel op te voeren. Hij was in het bezit gekomen van een geheimzinnige grimoire (boek met magische spreuken), genaamd het Hoogduitse Zwartboek. Een van de spreuken uit dit boek was de ‘Bloksberg Tryst’, waarbij een ritueel hoorde met magische cirkels op de grond, ronddraaien met de geit en er wijn eroverheen gieten. De jonge mannelijke geit zou vervolgens in een menselijke jongen veranderen terwijl de magische woorden ‘Procul O procul este profani’ werden gereciteerd (Weg, weg, gij oningewijden). Het schijnt dat de maan een klein beetje verduisterde, maar de geit bleef gewoon een geit.

Toerverhaal: Harz-tocht

Lees je dit artikel liever op papier? Je vindt het in het maartnummer van Motoren & Toerisme.

Luxeprobleem

Nog een beetje beduusd door dit verhaal, geven we onze rossen de sporen richting Goslar. Daar kan je een vreemd bronzen beeld bezichtigen dat voor het oude stadshuis te vinden is: de Goslarer Nagelkop (1981). Het moderne kunstwerk is een kopachtige structuur waaruit enorme spijkers steken. Maker Rainer Kriester geeft weinig informatie over zijn intrigerende werken, maar een van de ideeën is dat de spijkers de koppigheid van de lokale bevolking verbeelden. Wij nemen genoegen met een terrasje en een koffie. Goslar is een pareltje: vakwerkhuizen, geplaveide straatjes, en het gevoel dat je op elke straathoek een middeleeuwse ridder kan tegenkomen die je nonchalant de motorgroet brengt. We verlaten het gezellige dorp niet voordat we nog even voorbij het bekende Brusttuch-huis hebben geflaneerd, een van de mooiste patriciërshuizen in de binnenstad.

Van hieruit brengen de motorfietsen ons naar de mijn van Rammelsberg. Die ziet er indrukwekkend uit, maar we hebben helaas geen tijd voor een bezoek aan deze voormalige ertsmijn, die al meer de duizend jaar continu in bedrijf is. Momenteel is het een museum, boven en onder de grond, waar je rondleidingen kan krijgen en een ritje met een mijntrein kan maken. Het is duidelijk dat onze vijfdaagse mini-roadtrip veel te kort is. Overal waar we stoppen, willen we even blijven. Maar tegelijk willen we ook zo veel mogelijk rijden. Een luxeprobleem op een trip waar de geneugten van het reizen voor het grijpen liggen.

Duivelse preekstoel

Het mooiste deel van de noordelijke Harz moet nog komen: de route naar de Teufelskanzel. Smalle stroken asfalt kronkelen door het bos, spaarzame zonnestralen priemen door de bladeren, en de geur van nat mos vult je neus. Geen verkeer, geen stress. Je bent alleen met je motor en een zich aan jou openbarend landschap. Het was van mijn trip doorheen Galloway en de Nland250 (M&T 3, 2025) geleden dat ik nog zo’n vrij rijgevoel heb gehad. Hier tussen de rotsen, in dit land van legendes, steekt het opnieuw de kop op: die euforie als het plaatje klopt; de bochten, het ritme, de schwung, de stilte.

Dan botsen we op de Teufelskanzel, een granieten rotsformatie waar volgens de overlevering de duivel zelf vanaf de preekstoel tot mensen zou hebben gepredikt. Goethe vernoemt de rotsen ook in een van zijn reisverhalen uit het Harzgebergte. Mogelijk inspireerden ze hem voor het decor van Faust, het verhaal van de geleerde die zijn eeuwige ziel inruilt voor de wereldse hulp van Mephistopholes. Het gebied maakt nu deel uit van het Nationaal Park Brocken (het eerste nationale park in Duitsland). Dit gebied is nog steeds een zo goed als onbewoonde wildernis, ondanks dat het al eeuwen een populaire wandelregio is.

Lang, langer, langst

De Harz heeft ons nog niet alles verteld en getoond wat ze te bieden heeft. Na een dagje zoeken naar de heksen en duivels van het noorden, belooft het zuiden vandaag minder folklore en meer natuur. Dat blijkt een verkeerde veronderstelling. Om wat in de sfeer te komen rijden we richting een doodlopende bosweg, die eindigt op de parking aan de Einhornhöhle, oftewel de Eenhoorngrot. Alleen al de naam tovert een glimlach tevoorschijn. Toch blijft het bij een kennismaking vanop de parking. De wandeling van vijfhonderd meter, in motorkleding, zien we niet zitten.

Enkele tientallen kilometers verder kondigt een volgende doodlopende weg zich aan. Eentje die is voorbehouden voor fietsers, wandelaars en … motards. Jawel, motoren zijn de enige gemotoriseerde voertuigen die tot aan het Josephskreuz mogen rijden. Dit gigantische ijzeren kruis, dat trots bovenop top van de Große Auerberg prijkt, is een architecturaal huzarenstuk, een soort Eiffeltoren verdwaald in het Duitse woud. Een eerste versie van een soortgelijke vakwerktoren werd in de 17e eeuw al gebouwd, maar dat was louter een uitkijktoren om de handelsroutes in het vizier te kunnen houden. De volgende versie werd in 1834 neergezet: het eerste Josephskreuz. Die was opnieuw in hout, maar nu diende ze als toeristische uitzichttoren. Een blikseminslag maakte een einde aan zijn korte bestaan. De volgende versie werd dan het huidige dubbelkruis van 246 ton, 38 meter hoog en volledig uit staal. Wij bekijken het eerbiedig, beneden aan de trappen.

Josephskreuz, een baken van staal en macht.

Van hieruit gaan we zonder omwegen naar de volgende veelbelovende halteplaats: De Titan RT-hangbrug over de Rappbodetalsperre. Dit staaltje moderne engineering werd geopend in 2017, en was destijds de langste voetgangershangbrug van Europa. Maar het gaat snel in de hangbruggen-wereld. Geierlay (Moezel) kreeg de eretitel in 2015, maar was die anderhalf jaar later alweer kwijt aan de Titan RT, die op zijn beurt de kroon moest laten aan de drie maanden later geopende, 494 meter lange Charles Kuonenbrücke in Zwitserland. Hoe het ook zij, de Titan RT is een plezier om naar te kijken: 458 meter staal, kabels en lef. Maar het doet ook deugd om weer verder te rijden, als je – zoals wij – geen liefhebber bent van drukke parkings, overvolle terrasjes en veel te veel toeristen. Bij het wegrijden zien we nog net een durfal vanop een toren een duik naar beneden nemen met de MegaZipline. Tot een paar jaar geleden was dit de langste zipline van Duitsland, maar opnieuw blijken eretitels vergankelijk, want in 2022 ging de Skywalk in Willingen met de eerste plaats lopen.

Stille getuige

De dag is ondertussen al flink gevorderd en we gaan op zoek naar een restaurantje voor de obligate schnitzel. Hiermee zou een luie avond kunnen worden ingezet, maar er ligt nog één locatie te wachten op een bezoekje. Bovendien is het onze laatste dag. Een aantal reisgezellen kiest voor de Bierstube maar ik draai nog een laatste keer de sleutel van de Ducati om voor een avondrit. Wat verder ligt de Kolonnenweg, Geen spectaculaire bergweg of brug maar een overblijfsel van de Koude Oorlog, toen hier de grens tussen Oost- en West-Duitsland liep. Het betonnen patrouillepad werd gebruikt door de DDR‑grenssoldaten, en je vindt de betonplaten hier en daar nog als littekens in het landschap. In Sorge kan je het Freiland-Grenzmuseum bezoeken, waar de geschiedenis uit de doeken wordt gedaan, en waar je effectief in de kern van het oorspronkelijk grensgebied kan wandelen. Hier zijn de restanten eenvoudig te vinden voor wandelaars, maar voor een motard is het wat zoeken en proberen. Vele wegen lopen dood op wandelaarsgebied. Hier en daar verlaat ik het asfalt, en weet ik met zekerheid dat ik vlak bij de vroegere Kolonnenweg ben, met zijn wachttorens, hekken en prikkeldraad. Toch zie ik geen sporen. Maar de aanhouder wint, en uiteindelijk vind ik een (motorisch toegankelijk) deel van de Kolonnenweg. Tot 1989 mocht hier niemand komen, het was verboden en levensgevaarlijk gebied. Ik leg de Duc stil en doe mijn helm af. Je hoort hier alleen het ruisen van de bomen. Het is moeilijk voor te stellen dat hier ooit gewapende soldaten tegenover elkaar stonden, elk aan hun kant van een verdeelde wereld. De Harz heeft veel legendes, maar dit is een verhaal uit de grimmige realiteit.

Going west

De terugrit begint met een omweg langs het aardbevingscentrum Wiechert in Göttingen. Op de oude, nog steeds functionele site, is indrukwekkende apparatuur te zien, waaronder de oude seismografen voor het meten van aardschokken, die werden ontwikkeld door Emil Johann Wiechert. Wij hadden echter meer interesse in de Mintrop-bal. Dit stalen gevaarte van 4 ton werd bedacht door Ludger Mintrop, een van de studenten van Wiechert. Hij maakte het weinig delicate apparaat in 1908 omdat hij niet tevreden was met de frequentie van natuurlijk voorkomende seismische activiteiten. Hij wilde een handje helpen door zelf met zijn bal de aarde laten sidderen. Het was even zoeken in het aanpalende bos naar de oude metalen steiger waar men de stalen bal vanaf liet vallen – en die van Ludger de eerste man maakte die kunstmatig (en opzettelijk) aardbevingen veroorzaakte. Deze experimenten maakten Wiechert tot het epicentrum van seismisch onderzoek en kalibratie. En Mintrop werd over heel de wereld gevraagd om specifieke lagen met vast of vloeibare materie te lokaliseren.

We laten de gps de snelste route berekenen naar de magische berg der absurditeit, oftewel de Magic Mountain aka Tiger & Turtle Mountain in Duisburg. Het kunstwerk staat op een voormalige sintelberg en ziet eruit als een achtbaan, maar het is een loopbrug met trappen. Als je die tot aan de lus opklimt, word je beloond met een fantastisch uitzicht. Vanaf het stalen achtbaanachtig serpent kijk je uit over Duisburg, met zijn schoorstenen die als stille wachters boven de stad uit torenen, en over het Ruhrgebied, helemaal tot Düsseldorf, dat baadt in het avondlicht. Als de Harz een achtbaan van legendes en emoties was, dan is dit het perfecte slot: mooi, absurd en een tikkeltje over the top.

De Harz heeft me oprecht verrast, en ik had hier best nog wat meer tijd willen doorbrengen. Twijfel je over je volgende motortrip? Zet koers naar de Harz. Een bestemming die zich niet zomaar laat beschrijven maar die je moet beleven.

Tekst en foto’s: Pieter Pacques

Geschreven op 9 juli 2026
© Motoren & Toerisme