Toerverhaal: Je neus achterna langs de prikkelende geuren van Vlaanderen

Motorrijden is een beleving voor alle zintuigen. Je ziet landschappen voorbijtrekken, voelt hoe de weg onder je door beweegt en hoort het motorblok zingen. Maar motorrijden is ook ruiken. Zodra je daar aandacht aan schenkt, krijgt je rijervaring een extra dimensie. Wat eerst een eenvoudig ritje door Vlaanderen lijkt, verandert plots in een ontdekkingsreis vol geuren en herinneringen.

Geurenroute: je neus achterna

Ik heb thuis een dik fotoboek van al mijn motortrips. De beelden roepen herinneringen en nostalgische gevoelens op, telkens ik ze bekijk. Dat boek heeft voor mij een grote waarde, maar ik besef al langer ik dat geuren vaak veel krachtiger herinneringen kunnen oproepen dan beelden.

Zo heb bijvoorbeeld alle haargels bewaard die ik door de jaren heen heb gebruikt. Ruik ik aan het ene potje, dan word ik terug gekatapulteerd naar de schoolbanken van de lagere school. Ruik ik aan het andere, dan sta ik plots weer voor de spiegel, klaar voor een avondje uit met mijn vrienden van de unief.

Op de motor is het net zo. Geuren roepen herinneringen op, markeren momenten. Soms aangenaam, soms minder fijn, maar altijd prikkelend. De reuk is een zintuig dat onbewust heel veel registreert, elke kilometer die je rijdt. We hebben al vaak geschreven over de schoonheid van rijden in binnen- en buitenland, met onderweg als extraatje lokale smaken in gezellige restaurants die de rit onvergetelijk maken. Tijdens deze route zijn geuren allerhande onze leidraad en extra attractie.

Route: je neus achterna

Lees je dit artikel liever op papier? Je vindt het in het maartnummer van Motoren & Toerisme.

Nat ijzer

Voor mijn eerste echte job, pas van de schoolbanken, reed ik elke dag van Antwerpen naar Herentals. Op de E313 was er altijd dat ene moment waarop de geur van versgebakken koekjes de lucht vulde. Die warme, zoetige walm van boter en vanille kwam natuurlijk van de Mondelēz-fabriek. Die geur brak onbewust mijn dagen in tweeën: ’s morgens kondigde hij het begin van een werkdag aan, ’s avonds betekende hij dat ik bijna thuis was. Eén geur, twee compleet verschillende gevoelens.

Vandaag start ik opnieuw aan diezelfde fabriekspoorten. De geur is nog altijd dezelfde, maar mijn leven is intussen helemaal anders. Geen grijze kantoorjob meer, wel een droomjob als motorjournalist.

In de drukte van de ochtend rijd ik voorbij het station van Herentals. De lucht is gevuld met het zalige aroma van afgebakken broodjes van de Panos, vermengd met de scherpe deodorantgeur van pubers die haastig richting school fietsen. Net voor we de IJzeren Rijn oversteken, staan we stil voor de spoorwegovergang. De geur van nat ijzer hangt in de lucht. Die voert me terug naar mijn kindertijd, toen ik met mijn grootvader langs het spoor stond te zwaaien naar voorbijrazende treinen en hij me de onmogelijke taak gaf om álle wagons te tellen.

Plattelandsparfum

Door de Kempische boerenvelden trekken we noordwaarts. De ochtenddauw ligt als een sluier over de akkers; in de frisse lucht ruik je hoe de dag ontwaakt. De zon kruipt traag omhoog, warmt de vochtige aarde op en verdrijft het laatste restje nevel. De geur van nat gras vermengt zich met die van opgewarmde grond en het onmiskenbare aroma van mest, het plattelandsparfum van een nieuwe dag.

Tussen de open velden duiken dichte dennenbossen op, waar de harsgeur van sparren in de lucht hangt. Die typische, kruidige boslucht brengt me in één klap terug naar mijn jeugd. De geuren van kampvuur, nat touw en zonnecrème van een zomers scoutskamp duiken op uit het niets. Doorheen de bomen zoek ik naar sporen van oude kampeerplekken, maar mijn herinneringen vullen moeiteloos aan wat de realiteit niet meer biedt.

Niet veel later meldt de Multi dat het tijd is om te tanken. Ik ben weet zeker dat ik niet de enige ben die dol is op de klassieker onder de motorgeuren. Heerlijk, die benzinelucht! Eerst is er die lichte spanning (geraak ik er op tijd?), en met de dampende benzinegeur komt de geruststellende zekerheid: je bent klaar om opnieuw zorgeloos kilometers te malen.

De heerlijke geur van benzine

Geurtraktatie

Voor we verder rijden, stoppen we bij een warme bakker. Zodra ik afstap, komt de zalige geur versgebakken brood me tegemoet, een traktatie voor het reukorgaan waar we allemaal van genieten. Voor mij is ze bovendien beladen met herinneringen: mijn grootvader was een bakker, en als kind mocht ik in zijn keuken thuis mijn eerste Antwerpse handjes bakken.

Even verderop vult de productie van een ander Vlaams streekproduct de lucht: bier. We passeren de Abdij der Trappisten Westmalle. Hier wordt het bier nog ter plekke gebrouwen, en de aroma’s zijn onmiskenbaar – een warme mix van mout en gist, vermengd met een vleugje hop. Niet meteen mijn favoriet, maar wél een geur die ik meteen herken van bij De Koninck in Antwerpen. Via de toepasselijk genaamde Wijngaardstraat, naast de abdij, trekken we de Brechtse Heide in. Tussen de dennen en loofbomen ligt een rustoord verscholen, waar de dampen van de grootkeuken zich mengen met de vochtige, aardse lucht van het bos. Dat doet meteen denken aan de bosklassen van vroeger, waar de middagsoep altijd vers was – met van die lekkere lettertjes erin.

9 miljard kopjes koffie

Via het Groot Schietveld rijden we richting Wuustwezel en Kalmthout. Geen buskruitgeur hier, maar wel die van vers asfalt. Door wegenwerken moeten we even afwijken van de oorspronkelijke route, maar eerlijk gezegd: de geur van vers gelegde tarmac staat verrassend hoog op mijn persoonlijke lijst van favoriete prikkels.

Het valt me op hoeveel villa’s we voorbijrijden in de noordrand van de provincie Antwerpen. Hier ruikt het naar vers gemaaide gazons met af en toe een hint van een brandende open haard die de kilheid uit de grote huizen verdrijft. Wat verder maken de villa’s geleidelijk plaats voor klassieke woonwijken, en zodra we de E19 oversteken duiken de eerste rookpluimen van de Antwerpse haven op. Hoeveel honderden kilometers heb ik hier vroeger niet gereden met mijn eerste motor, doelloos ronddwalend, in weekends zonder verplichtingen ... En wat een hoop verschillende geuren hangen er hier in de lucht! Ik ruik olie, staal, zwavel, maar ook cacao en koffie uit de immense magazijnen van de haven. Ik heb me laten vertellen dat de haven van Antwerpen de grootste opslagplaats ter wereld is voor koffiebonen. Er ligt genoeg om negen miljard kopjes koffie mee te zetten. Hier ruiken we die geur niet, maar elders in de haven is hij onmiskenbaar aanwezig, weet ik uit eigen ervaring.

Even verder passeren we Project One van Ineos, een van de grootste chemische bouwprojecten van de voorbije jaren. Een indrukwekkend kluwen van buizen, pijpleidingen en kranen strekt zich als een levende machine aan de horizon uit. Daar zullen ongetwijfeld binnenkort weer nieuwe geuren uit opstijgen. Kort daarna duiken we de Liefkenshoektunnel in. Je kent het wel, die typische tunnelgeur: een mengeling van opgehoopte uitlaatgassen, vocht en koud beton. Nabij Kallo vangt de neus iets zachters op: de melkachtige, romige geur van de zuivelfabriek Milcobel. Daarmee laten we de haven achter ons en rijden we het groen van het Waasland tegemoet.

Reukorgel

Stilaan neemt de landbouw opnieuw de bovenhand. De eerste koeienstal laat zich al van ver ruiken. Tot op vandaag weet ik niet goed of ik die dierlijke geur nu aangenaam vind of net niet. Wat wél zeker is: ze markeert het begin van de landelijkheid. De mestgeur vertelt je onderbewuste dat de stad definitief achter je ligt, een soort positieve conditionering die telkens weer rust brengt.

Via een ruime boog rond Sint-Niklaas rijd ik de vallei van de Durme in. De moerassige gronden produceren een melange van nat gras, klei en riet – een geur die het buitengevoel alleen maar versterkt. Maar dat gevoel is van korte duur, want al snel doemen de centrumsteden Dendermonde en Aalst op.

In Aalst verspreidt de gistfabriek van Tereos haar kenmerkende aroma over de stad. Een warme geur van gefermenteerde granen, die onvermijdelijk blijft hangen en best indringend is. De fabriek, met haar torens naast de Dender, domineert de skyline. Een industriële kathedraal met een uniek eigen reukorgel.

Net buiten Aalst volgt een tweede geurgolf: vers gebrande koffie, of toch een subtiele hint daarvan. We stuiten toevallig op de kleine koffiebranderij Maeskes Roem, een echt familiebedrijf waar traditie letterlijk in de lucht hangt. Binnen geurt het naar vers gebrande koffiebonen. We krijgen een korte rondleiding en sluiten af met een aankoop voor thuis. Eén van hun melanges, zo horen we, is zelfs erkend als Vlaams streekproduct.

Chocolade, bier & frieten

Niet veel later slaan we af richting een industrieel icoon van een heel andere grootorde: de chocoladefabriek van Callebaut in Wieze. Zodra je dichterbij komt, vult de lucht zich met het diepe, geroosterde aroma van cacao. Het doet uiteraard denken aan de chocoladefabriek van Willy Wonka, al is dit geen fantasiewereld maar de realiteit.

We eindigen onze geurentocht bij een ander icoon: de brouwerij van Duvel, langs de A12. De witte gevel met zijn bekende leuze is al van ver herkenbaar, maar het is vooral de geur die vertelt wat hier gebeurt – mout, hop en gist vermengd tot dat typische brouwaroma dat de duizenden passant elke dag op weg naar huis doet snakken naar een eerste pint.

Wanneer we zelf huiswaarts keren, worden we opgehouden door misschien wel de meest herkenbare geur van allemaal: die van de frituur. De geur van versgebakken frieten, verleiding in zijn puurste vorm. Frituren zouden volgens mij maar half zo succesvol zijn mocht die geur morgen plots verdwijnen.

En zo eindigt deze tocht met een Vlaams cliché, maar wél één dat iedereen herkent. Een geur die boven dorpspleinen hangt en langs steenwegen zweeft, die reizigers als wij op de meest onverwachte momenten weet te vinden en verleiden. De geur van thuiskomen, in al zijn eenvoud.

Ducati Multistrada V2 S
Motor: vloeistofgekoelde tweecilinder in V viertakt
CI: 890 cc
Drooggewicht: 202kg
Rijklaar gewicht: 221kg
Vanaf: € 19.190,00

 

Tekst: Charly de Kinderen

Foto’s: Maarten Van Caesbroeck

Geschreven op 24 juni 2026
© Motoren & Toerisme