Lewie staat bekend om zijn streken en kattenkwaad: hij steelt of troggelt geld af van zijn broers, pest de hond van de schoolmeester, ontvreemdt sigaretten bij winkelier Boon en doet zich zelfs opzettelijk ziek voor door een volledige ui op te eten om maar niet naar school te moeten. Ook het vernielen van vogelnesten en zijn familie meermaals laten geloven dat de aardappelen nog niet gezouten zijn, behoren tot zijn repertoire.
Zijn streken blijven zelden onopgemerkt, en straffen volgen dan ook onvermijdelijk. Een van de meest sprekende straffen krijgt hij wanneer hij, tegen het verbod van zijn moeder in, gaat zwemmen in de Demer. Zijn moeder haalt zijn kleren weg, waardoor hij naakt naar huis moet lopen — een vernedering die hem nog lang bijblijft.
Wanneer Lewie dertien wordt, beslissen zijn ouders dat hij op het land moet gaan werken. Daar heeft hij echter weinig zin in. Hij kiest zijn eigen weg en gaat op zoek naar werk. Uiteindelijk komt hij terecht in de drukkerij van de abdij van Averbode — een plek waar fictie en werkelijkheid in deze streek mooi samenkomen.