Vergelijkingstest: Honda Africa Twin Adventure Sports vs. Ducati Multistrada V2 S vs. Triumph Tiger 900 GT Pro

De gulden middenweg

Stel, je wil een hoogpoter, maar 120 pk is voor jou meer dan genoeg. Offroad? Leuk, maar in België geen prioriteit. En een godsvermogen uitgeven hoeft ook niet. Dan kom je al snel uit bij drie bekende namen: de Honda Africa Twin Adventure Sports, Ducati Multistrada V2 S en Triumph Tiger 900 GT Pro. Stuk voor stuk degelijke motoren die het rationele stemmetje in je hoofd overtuigen. Maar weten ze ook je hart te raken?

In het hart van de Belgische Ardennen spreken we af voor een klassiek vergelijk. Drie motoren die hun strepen allang verdiend hebben, maar met de ingrijpend vernieuwde Multistrada V2 wordt het extra interessant. Zet Ducati hiermee de concurrentie buitenspel, of weet elk model toch op zijn eigen manier te overtuigen?

Voor de houten poort van de abdij van Chimay staan drie motoren met een 19-inch voorwiel keurig op een rij. Op het eerste gezicht een detail, maar wel een opvallende overeenkomst die hen onderscheidt van hun échte allroad-broeders. Elk model heeft óf een variant met een 21-inch voorwiel, óf is daar rechtstreeks van afgeleid – motoren die de droom van het avontuurlijke allroad-rijden levend houden. Deze drie maken meteen duidelijk waar het om draait: weggedrag. Geen half werk, geen compromissen, comfort en rijplezier op het asfalt zijn hun prioriteit.

Elektronische vering: een meerwaarde?

Kijk je voorbij het voorwiel, dan springt nog een gelijkenis in het oog: alle drie zijn ze uitgerust met elektronische vering. Geen overbodige luxe in wat vaak nog als de middenklasse wordt bestempeld – het lijkt tegenwoordig haast een must. Triumph bood er vroeger ook een ‘gewone’ GT aan, maar sinds de nieuwe generatie vorig jaar werd voorgesteld, is in België enkel nog de GT Pro leverbaar, mét elektronische vering achteraan. De voorvork blijft manueel instelbaar. Ducati laat je wél de keuze: een basismodel zonder, of dit S-model met elektronische vering voor- én achteraan. Bij Honda zit het dan weer anders. De Africa Twin met 21-inch voorwiel is nog zonder verkrijgbaar, maar de Adventure Sports – deze 19-inch-variant – komt standaard met elektronische vering. Handig en comfortabel, al heeft dit snufje uiteraard ook een impact op de prijs. Maar daarover later meer.

Belangrijker is natuurlijk hoe het in de praktijk uitpakt. Biedt elektronische vering echt de meerwaarde waar de toerreiziger op zit te wachten? Persoonlijk blijf ik er sceptisch over. Naar mijn gevoel voegt het vooral complexiteit toe aan de motor. Het kost bovendien een aardige duit extra, terwijl het verschil eerder subtiel, om niet te zeggen gewoon niet voelbaar is. Tel daar het groeiende aantal rij- en veringstanden bij op, en zelfs na twee dagen testen blijft het soms zoeken naar de juiste setting voor de juiste situatie. Vaak denk ik dan: het zal wel. Uiteindelijk gaat het in essentie om de vraag welke motor het comfortabelste is, en welke het lekkerste stuurt, of beter nog: welke het beste van beide werelden weet te combineren.

Comfort en/of rijplezier

Staat comfort bovenaan je verlanglijst, dan kies je zonder twijfel voor de Triumph. Drempels lijken nauwelijks te bestaan. Alleen het stuurgedrag weet me niet volledig te overtuigen, alsof de motor soms twijfelt aan zijn koers … Vreemd en vooral frustrerend, want tijdens de presentatie in Spanje stuurde diezelfde GT Pro juist voortreffelijk. Niet al mijn collega’s delen die indruk overigens, het testteam valt uiteen in twee kampen. Door wat meer te spelen met de instellingen van de elektronische vering wordt het beter, maar het eerdere, overtuigende gevoel keert nooit meer helemaal terug.

Zoek je een motor puur om mee te sturen, dan verwijs ik naar de Italiaan. De Multistrada bevestigt mijn positieve ervaringen met de vorige generatie én tijdens de recente test in Spanje. De vorige versie vond ik al een van de fijnst sturende motoren in dit segment, en deze V2 zet die lijn moeiteloos door. Alleen al de manier waarop hij een rotonde neemt, toont hoeveel rijplezier er in deze motor schuilt: speels, uitnodigend en met dat typische Italiaanse gevoel voor (prettige) overdrijving.

De Africa Twin neemt opnieuw positie in het veilige midden. Comfortabel en tegelijk rotsvast in de bochten. Hij voelt iets zwaarder, want hij legt ook zowat dertig kilo meer in de schaal dan de concurrentie – maar dat extra gewicht vertaalt zich in stabiliteit en vertrouwen. Een positieve verrassing.

De Triumph wint het op comfort.

Gekende karakters

Motorisch bewandelen de drie duidelijk ieder hun eigen pad, maar dat wisten we al – we hebben het hier niet over nobele onbekenden. Triumph weet opnieuw te imponeren met zijn boterzachte driecilinder. Op het eerste gezicht de logische keuze voor wie comfort en sportiviteit wil combineren. Honda vertrouwt op zijn paralleltwin, altijd al een buitenbeentje. Geen extreme prestaties, wel een betrouwbare, soepele motor, met een koppelrijke vermogensafgifte onderin. Ducati blijft trouw aan zijn klassieke recept: een gretige V-twin. Met 115 pk is hij op papier de krachtigste van de drie, en dat vertaalt zich ok naar de rijbeleving. Daarachter volgt de Brit met 108 pk, en de Japanner met 102 pk – die laatste is bovendien merkbaar zwaarder. In combinatie met DCT kan dat in de verkeerde rijmodus zelfs resulteren in een lichte vertraging.

Mijn voorkeur gaat uit naar de Ducati, omwille van zijn speelse karakter en brede inzetbaarheid. De Triumph is objectief gezien nooit een verkeerde keuze, maar mist voor mij net dat tikkeltje gekte. De Honda-twin voelt daarentegen een maatje te klein. Na al die jaren zou een vermogensupdate niet misstaan. Ook het DCT-systeem laat me met gemengde gevoelens achter. Ja, het werkt vaak prima, maar ik mis keer op keer de finesse en controle van een koppelingshendel. In krappe bochten gaat de bokkigheid zelfs deels ten koste van de uitstekende stuureigenschappen. Gelukkig is er goed nieuws: de Adventure Sports is er ook gewoon zonder DCT. Dat scheelt niet alleen zo’n tien kilo, maar ook meer dan duizend euro. Toch vertelt de Hondadealer dat liefst 70 à 80 procent van hun klanten voor de automatische versie kiest. Smaken en wensen verschillen nu eenmaal. Voorlopig sla ik het aanbod af, maar misschien denk ik er over tien jaar helemaal anders over.

De Ducati heeft een speels karakter en is breed inzetbaar.

Tot slot: zowel de Triumph als de Ducati zijn uitgerust met een quickshifter. Het is haast een cliché, maar vaak geldt: hoe meer cilinders, hoe beter de quickshifter werkt. Ook hier bevestigt de praktijk dat beeld. De Triumph schakelt bijna foutloos door het hele toerenbereik, terwijl de Ducati bij een minder goed gekozen schakelmoment soms wat abrupt kan reageren.

Africa-stijl

Bij motoren waarvan de prijs ruim boven de 16 duizend euro ligt, mag je een hoogstaande afwerking verwachten. De Africa Twin stelt op dat vlak niet teleur. Al jaren scoort hij sterk op bouwkwaliteit, en de matgrijze metallic kleur van ons testmodel past helemaal in dat plaatje. Een welkome afwisseling van de klassieke wit-rood-blauwe themakleuren, die overigens nog altijd een goede keuze zijn. De gespaakte velgen voegen bovendien een extra vleugje klasse toe, zeker omdat de twee concurrenten voor meer klassieke velgen kiezen. Door de jaren heen is de Africa Twin subtiel, maar consequent in de juiste richting geëvolueerd. Zelfs tijdens korte stadsritten bleef dat niet onopgemerkt, en kreeg ik complimenten en goedkeurende blikken.

Ook Triumph hoeft weinig lessen te leren op het vlak van afwerking. De Tiger oogt wel wat ranker en minder robuust dan de Africa Twin, waardoor hij me visueel minder weet te overtuigen. Dat gevoel is compleet anders bij zijn Rally Pro-broertje, dat met de juiste accenten wél indruk maakt.

Honda CRF1100L Africa Twin Adventure Sports
Motor: vloeistofgekoelde tweecilinder lijnmotor viertakt
CI: 1.084 cc
Drooggewicht: n.b.kg
Rijklaar gewicht: 243kg
Vanaf: € 19.149,00

Knoppen

De Multistrada blijft op zijn beurt onmiskenbaar herkenbaar en is in de matgroene kleur een echte blikvanger – jammer genoeg enkel beschikbaar voor het S-model. Toch zijn er kanttekeningen te maken: sommige aansluitingen en kunststofpanelen ogen minder fraai en voelen zelfs wat fragiel aan. Het lijkt alsof het ontwikkelingsbudget vooral naar het chassis en motorblok is gegaan, waardoor de afwerking net dat tikkeltje tekortschiet. Doodzonde, want de rest van de motor is zo goed doordacht dat deze details des te meer opvallen.

De displays en bediening van de twee Europeanen voelen vergelijkbaar aan, maar ogen eerlijk gezegd wat gedateerd. De Africa Twin is dan weer berucht om zijn overdadige knoppenwinkel. Zelfs na een week blijft het lastig om de richtingaanwijzers te vinden. Toch heeft de Honda een troef die de andere missen: het is het enige model met Apple CarPlay- én Android Auto-ondersteuning. Ik moet toegeven dat je na intensief gebruik uiteindelijk wel went aan die wirwar van knoppen. Maar de instellingen – van rijmodi tot de elektronische vering – blijven gewoon te omslachtig. Dat kan en moet eenvoudiger.

Tussentijdse evaluatie

De eerste dag zit erop en de voorlopige conclusies beginnen zich af te tekenen. Eensgezind zijn ze nog niet, maar gelukkig hebben we nog een tweede dag om onze indrukken verder te verfijnen. We gaan dieper de Ardennen in, richting de Franse grens.

Wat wel iedereen is opgevallen: de Multistrada weet het meest te verleiden met zijn rijhouding. Ook de windbescherming is slim uitgewerkt, dankzij een scherm dat je met één hand in hoogte kan verstellen. Op de Honda heb je daar twee handen voor nodig, wat minder praktisch is. Daarentegen stelt de Ducati ons wat teleur op het vlak van de startbatterij. Die lijkt er weinig zin in te hebben en dat geeft niet bepaald vertrouwen – iets wat je van een nieuwe motor niet verwacht. Het is bovendien een aandachtspunt dat we ook al opmerkten bij de Panigale V2, die op hetzelfde platform is gebaseerd.

Over de bagagemogelijkheden kunnen we kort zijn: die zijn er niet. Uiteraard bieden de optielijsten voldoende accessoires, maar de testmotoren waren daar niet mee uitgerust – merkwaardig genoeg. Neem je graag iemand achterop mee, dan ligt de keuze voor de hand: de Africa Twin. Die beschikt over het ruimste zadel en biedt duidelijk het meeste comfort. Dat kon ook onze fotograaf bevestigen, die de motoren kort uitprobeerde tijdens de trackingfoto’s.

Prijzenslag

De prijsvergelijking vraagt om wat nuance. Triumph komt hier duidelijk als winnaar uit de bus en blijft maar liefst 2.000 euro onder de prijs van zowel de Multistrada V2 S als de Honda Africa Twin Adventure Sports. Die laatste twee liggen qua prijs overigens maar enkele honderden euro’s uit elkaar (voor Honda's DCT betaal je 1.100 extra).

Ducati Multistrada V2
Motor: vloeistofgekoelde tweecilinder L-twin viertakt
CI: 890 cc
Rijklaar gewicht: 199kg
Vanaf: € 16.790,00

Toch verandert het plaatje wanneer je de standaard Multistrada bekijkt, zonder elektronische vering. Met een prijs van 16.790 euro is dit plots de goedkoopste optie. Het verschil met de rijkelijker uitgeruste Triumph is niet groot, maar het zet je wel aan het denken: zou ik die elektronische vering écht missen? Het prijsverschil met en zonder elektronische vering blijft me in elk geval verbazen.

Ducati heeft bovendien nog een slimme troef: de groene Kamo-kleur is enkel verkrijgbaar voor het S-model. Een handige zet om je richting het topmodel te sturen, al kost die tint ook nog eens 400 euro extra, waarmee je uitkomt op 19.990 euro.

Conclusie

Ons trio geteste motoren situeert zich in het veilige midden: het zijn machines waaraan je je eigenlijk niet kan mispakken. Ze komen van merken met aanzien, hebben meer dan voldoende vermogen, degelijk comfort en een aantrekkelijke verpakking. Honda heeft met de Africa Twin inmiddels een vaste waarde neergezet, een statige verschijning in het landschap van de hoogpoters. Triumph scoort steevast met zijn driecilinder en levert vooral een rationeel en compleet pakket tegen een scherpe prijs.

Toch gaat mijn voorkeur na deze tweedaagse uit naar de Multistrada V2 S. Het zijn de speelsheid en gretigheid die me enthousiast maken. Het motorblok is heerlijk doseerbaar, rauw genoeg en vol karakter. Maar vooral het stuurgedrag en de souplesse – mede dankzij de uitgebalanceerde zithouding – bezorgen me telkens weer een glimlach.

Opvallend is hoe elke motor een andere rijstijl in me losmaakt. Ik word letterlijk een ander motorrijder afhankelijk van het zadel waarop ik zit. En op de Ducati beleef ik gewoon het meeste plezier. Juist omdat deze Multi de perfectie zo dicht benadert, word ik extra kritisch en stoort het me des te meer dat sommige details in de afwerking net niet helemaal op punt staan. En toch ... Wanneer mij de vraag werd gesteld: “Welke motor zou je zelf kopen, met jouw ervaring?”, eindigde de Multistrada V2 al langer hoog op mijn lijstje. Na deze test is dat nog steeds niet veranderd.

Triumph Tiger 900 GT Pro
Motor: vloeistofgekoelde driecilinder lijnmotor viertakt
CI: 888 cc
Rijklaar gewicht: 222kg
Vanaf: € 16.795,00

Tekst: Charly de Kinderen

Foto’s: Bob Van Mol

Geschreven op 2 juli 2026
© Motoren & Toerisme