1. Je motor correct afstellen
Vering
Het stuurgedrag en de stabiliteit van een motorfiets hangen nauw samen met de geometrie: de balans tussen voor- en achterwiel, de balhoofdshoek, de naloop en het zwaartepunt. Een duo achterop voegt extra gewicht toe ter hoogte van het achterwiel. Daardoor wordt de achtervering dieper ingedrukt en ontstaat er een onbalans naar achteren toe. Gevolg: zowel de balhoofdshoek als de naloop nemen toe, wat het sturen merkbaar zwaarder en minder precies maakt. In de meeste gevallen uit zich dat in wijd uitsturen, wat onaangenaam en soms zelfs onveilig is.
Je kan het doorzakken van de achtervering gedeeltelijk compenseren door de veervoorspanning te verhogen. Zo breng je de gewichtsverhouding tussen voor- en achterwiel opnieuw in balans en herstel je grotendeels het oorspronkelijke rijgedrag.
De invloed van veervoorspanning heeft echter zijn grenzen en is afhankelijk van de veerconstante. Een concreet voorbeeld maakt dat duidelijk: bij een BMW R 1300 GS bedraagt het maximaal toegelaten totaalgewicht 465 kg. Trek je daar het rijklaar gewicht (volgetankt) van 237 kg vanaf, dan blijft er nog 228 kg over voor piloot, duo en bagage samen. Als je die grens benadert of overschrijdt, volstaat enkel het verhogen van de veervoorspanning niet meer. Aangepaste veren met een hogere veerconstante zijn dan een noodzakelijke oplossing.
Bandenspanning
Ook de bandspanning bepaalt in grote mate het rijgedrag van je motorfiets. Het spreekt voor zich dat wanneer je extra gewicht achterop hebt – een duo, bagage of een combinatie van beide – je de bandendruk moet aanpassen: hoe meer gewicht, hoe hoger je bandenspanning. Met de juiste druk stuurt de motor preciezer, blijft hij stabieler in bochten en slijt het rubber gelijkmatiger. Ook de grip blijft zo onder uiteenlopende omstandigheden op peil. Controleer daarom altijd de aanbevolen waarden van de fabrikant - in de handleiding of op een sticker nabij de achterbrug - en pas de bandenspanning aan vóór je vertrekt.
Turbulentie
Wat je als piloot ook ervaart als je met een duo aan hogere snelheid rijdt, is dat de windstroom rond je motor verandert. De aerodynamica verschilt duidelijk van die bij een solorit. Piloot en duo vormen samen een groter volume, waardoor achter de motor meer turbulentie ontstaat. Die luchtwervelingen zorgen ervoor dat jullie allesbehalve gestroomlijnd rondrijden. Voeg je daar nog een top- en zijkoffers aan toe, dan krijg je nog meer turbulentie – en veel opdwarrelend stof achter de motorfiets. Wees dus niet verrast dat je motor onstabieler rijgedrag vertoont bij wat hogere snelheden. Een hoger en breder windscherm, aangevuld met zijdelingse winddeflectoren, kan dit ongemak verminderen en in sommige gevallen zelfs bijna volledig wegwerken. Dergelijke onderdelen zijn ruimschoots te vinden op de aftermarket.
Extra comfort
Op de accessoire-markt vind je nog tal van andere hulpmiddelen die de rit voor de duo comfortabeler kunnen maken. Dat gaat van riemen met handvatten die de piloot aandoet wanneer vaste handvatten op de motorfiets ontbreken, over armsteunen die je aan de topkoffer kan bevestigen en extra rugsteuntjes voor de duo, tot zelfs montagebeugels die de passagiersvoetsteunen verlagen, voor een comfortabelere kniehoek.