Route: een halve dag toeren door Zeeuws-Vlaanderen

Met nauwelijks twaalf uur daglicht nodigen de korte winterdagen niet uit tot lange motorritten. We houden het traject daarom bewust kort en kiezen Hulst, net over de Belgisch-Nederlandse grens, als uitvalsbasis.

Een halve dag toeren in Zeeuws-Vlaanderen

Hulst draagt een rijke geschiedenis met zich mee en speelde door de eeuwen heen een sleutelrol in de verdediging van Vlaanderen, en in het bijzonder van Antwerpen. De karakteristieke stervorm van de oude stad verraadt haar militaire verleden. Diezelfde vorm herkennen we in oude Zeeuws-Vlaamse vestingsteden als Sluis, Breskens en Vlissingen, en iets dichter bij onze thuisbasis Antwerpen in plaatsjes als Kallo en Lillo.

Samen vormden zij een verdedigingsgordel die het scheepvaartverkeer op de Westerschelde controleerde en tegelijkertijd bescherming bood tegen aanvallen over land. Naast brede grachten maakte men gebruik van het omliggende, lager gelegen landschap, dat eenvoudig onder water kon worden gezet. Het militaire belang van deze steden vindt zijn oorsprong in de Tachtigjarige Oorlog – tussen Spanje en de Zeventien Provinciën - van de zestiende eeuw.

Hulst behoort vandaag tot de best bewaarde vestingsteden van de regio en is uitgegroeid tot een geliefde toeristische bestemming. De stadsmuren, met een totale lengte van ongeveer 3,5 kilometer, nodigen uit tot een wandeling langs het verleden. Wie Hulst binnenrijdt of verlaat via de Gentse Poort, wordt begroet door de beeltenis van Reynaert de Vos.

In het beroemde dierenepos woont Reynaert in zijn burcht Malpertuus, die volgens de overlevering gelegen zou zijn in het Hulsterlo, een bosgebied nabij de stad. Niet toevallig situeert Hulst zich dan ook in het zogenaamde Reynaertland. Op de Grote Markt staat het bekendste beeld van Reynaert de Vos, met het onderschrift:“Wanneer de vos zijn passie preekt…” — een verwijzing naar het Nederlandse spreekwoord “Boer, pas op je ganzen”, dat waarschuwt voor schijnheiligheid en valse vroomheid.

Mossel en vis

De rit voert bijna volledig over de rustigere binnenwegen, langs dijken met bomenrijen die door de voortdurende wind scheefgegroeid zijn, en grachten. Dit typische Zeeuws-Vlaamse landschap is grotendeels door de mens geschapen om het laaggelegen land te beschermen tegen overstromingen. Het overgrote deel van de regio ligt immers op of net boven zeeniveau.

Enkele kilometers buiten Hulst doemen de eerste grensdorpjes op: Koewacht, Zuiddorpe en Westdorpe. Via de Oostpoortweg wordt het Kanaal Gent-Terneuzen overgestoken, waarna Sas van Gent aan de overkant ligt. Na zo’n tien kilometer komen we langs Philippine. Wie zich afvraagt waar die merkwaardige dorpsnaam vandaan komt, kan het antwoord eenvoudig vinden: van Philips de Schone.

Het dorp is bovendien beroemd om zijn mosselrestaurants — een traditie die teruggaat tot de middeleeuwen, toen Philippine direct aan open water lag en schepen er makkelijk konden aanmeren, met een overvloedige aanvoer van mosselen als resultaat. Kom je er rond de middag aan, dan is een dampende pot mosselen een absolute aanrader.

Tussen Philippine en Aardenburg loopt de route ongeveer parallel aan de linie of passabele: een kanaal dat in de 16de eeuw gegraven werd ter verdediging tegen aanvallen van de Spaanse overheersers. Hoewel Aardenburg zeker een bezoek waard is, loopt de route er niet doorheen en gaat ze verder richting Breskens, naar de oevers van de Westerschelde. Hier is het estuarium ongeveer 6,7 kilometer breed, een indrukwekkende afstand die steeds varieert door de getijden van de zee.

Riviera

Breskens wordt ook weleens de riviera van de Westerschelde genoemd. Het is een plaats met een rijke geschiedenis, een uitgestrekt strand, een jachthaven en meer dan genoeg bezienswaardigheden om bezoekers te trekken. Van Oostburg naar Breskens rijdend, merk je nauwelijks dat de zee zo dichtbij is. Pas wanneer de weg zich vult met vakantiewoningen en verblijven, voel je dat het zout niet veraf meer is en dat het strand zich op amper een steenworp afstand bevindt.

Een eenzame vuurtoren, strak uitgevoerd in zwart-witte tinten, kondigt onmiskenbaar de aankomst in Breskens aan. De vuurtoren Nieuw Sluis, gebouwd in 1868, is de oudste nog bestaande gietijzeren vuurtoren van Nederland. Hij staat op de zeedijk aan de ingang van de Westerschelde en meet 28,4 meter. Samen met een reeks andere bakens markeert hij het einde van de Schelde en begeleidt hij het scheepvaartverkeer tussen de Noordzee en Antwerpen — al meer dan anderhalve eeuw een stille wachter van de vaarroute.

Net voorbij de vuurtoren, maar nog vóór de aanleghaven van de overzetboot, bevindt zich het Atlantikwall-monument. Het herinnert aan de immense Duitse kustverdedigingslinie die tijdens de Tweede Wereldoorlog langs grote delen van de Europese kust werd aangelegd — een herinnering aan een beladen verleden.

Breskens vormt het ideale haltepunt van de route: perfect voor een pauze of een ontspannen wandeling door het idyllische centrum, dat zich vlak bij de vissershaven bevindt. In die haven is een bezoek aan het Visserijmuseum zeker de moeite waard. En wie het geheel nog wat extra karakter wil meegeven, kan er niet naast kijken: de Belgische kunstenaar William Sweetlove plaatste er twaalf gigantische rode pinguïns op een hoog houten platform. Ze kijken uit over de haven en symboliseren, op speelse maar confronterende wijze, de overweldigende kracht van de natuur tegenover menselijke constructies.

Rijdend over de hoofdweg ten zuiden van Terneuzen voert de route ons over de Sluiskilbrug, een markante vakdraaibrug die niet alleen het gewone wegverkeer verbindt met de overzijde, maar ook plaats biedt aan passerende goederentreinen. Met het oversteken van de brug bereiken we meteen het hoogste punt van deze Halve Dag-trip — een ronduit adembenemende zeven meter boven de zeespiegel.

Op de terugweg richting Hulst rijden we door  Axel, een plaats die zich binnen Zeeuws-Vlaanderen duidelijk onderscheidt van haar buurgemeenten. Dat begint al bij de traditionele klederdracht, die hier nét iets anders oogt, en wordt nog versterkt door het uitgesproken Axelse dialect — voor buitenstaanders haast onverstaanbaar zonder ondertiteling.

De inwoners van Axel dragen bovendien een bijzondere bijnaam: êêrpelkappers, of aardappelkappers. Die benaming verwijst naar een oude gewoonte waarbij men na de oogst de akkers afzocht naar achtergebleven aardappelen. Wat elders misschien als spotnaam zou klinken, geldt hier als een ware geuzennaam. Op het J.F. Kennedyplein herinnert een standbeeld aan deze traditie en aan de trots waarmee ze wordt gedragen.

De geschiedenis van Axel gaat ver terug. Al in de tiende eeuw is er sprake van een nederzetting, al blijft de precieze oorsprong in nevelen gehuld. Sommigen vermoeden het bestaan van een vroege burcht; anderen verwijzen naar een Viking met de naam Axel, die hier een nederzetting zou hebben gesticht. Zeker is wel dat de bijnaam van de Axelaars pas in de achttiende eeuw ontstond, toen de aardappel definitief zijn plaats veroverde als volksvoedsel.

Na nog veertien uitdagende kilometers komt het eindpunt van deze Halve Dag-trip opnieuw in zicht: Hulst. Het vertrek uit de stad verliep eerder via de Gentse Poort aan de zuidzijde; de terugkeer gebeurt langs de dubbele poort aan de noordkant. Meteen rechts na het binnenrijden bevindt zich de Keldermanspoort, een bijzondere poort die tegelijk dienstdoet als landpoort én waterpoort — een tastbare herinnering aan het strategische verleden van de stad. Het is aangenaam aankomen in een stadje dat gastvrijheid ademt en haar geschiedenis met trots draagt.

Met dank aan CD-Performance BV voor het ter beschikking stellen van de Can-Am Origin.

Rij-indruk: Can-Am Origin

Tekst: Wim Depraetere

Foto's: Pieter Pacques

Geschreven op 6 januari 2026
© Motoren & Toerisme