Route: Halve dag toeren door de Condroz

Land van Kerken en Kastelen

Deze regio, waar we een halvedag doortrekken, is niet alleen een streek van kerken en kastelen, maar staat bij motorrijders ook bekend omwille van de aangename, bochtige en kronkelende wegen. Het is dan ook geen toeval dat de Rally du Condroz hier jarenlang in de streek plaatsvond.

De Condroz: land van Kerken en Kastelen

Het startpunt, en zoals de traditie het wil ook het eindpunt, is ditmaal Ciney. Op zichzelf is Ciney geen provinciestad die onmiddellijk tot de verbeelding spreekt met een lange, spraakmakende geschiedenis. Evenmin is het een stad waarvan het centrum wordt gedomineerd door monumentale historische gebouwen. Toch vallen enkele elementen op, zoals de mooie romaanse kerktoren op het marktplein en het opmerkelijke kunstwerk van het Ardense trekpaard. Volgens kunstenaar Gatien Dardenne werd het paard in twee delen weergegeven om de tegenstelling tussen traditie en moderniteit te symboliseren, evenals de innerlijke kracht, het karakter en de robuustheid van het ras. Op het marktplein staat ook een feestelijke muziekkiosk, een eerbetoon aan verschillende bekende componisten uit vervlogen tijden. Voor we vertrekken, is er nog tijd voor een verwarmende kop koffie in een lokaal café. Daarna is er geen reden meer tot dralen en lonken de Ardense bochten, klaar om verkend te worden.

Château de Spontin

Het begint vrijwel onmiddellijk met het opzoeken van de kleinere weggetjes. Geen snelle, strak geasfalteerde stuurwegen, maar eerder smalle routes waar het landschap de hoofdrol speelt. De vergezichten compenseren ruimschoots de sporadische putten en bulten in het wegdek.

Na amper twaalf kilometer doemt het imposante kasteel van Spontin op, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 13de eeuw. Met zijn solide torens en ophaalbrug beantwoordt het volledig aan het klassieke beeld van een middeleeuws kasteel. De brug overspant een slotgracht die gevoed wordt door het riviertje de Bocq. In 2004 kwam het kasteel nog in de actualiteit naar aanleiding van het overlijden van de toenmalige kasteelheer, onder verdachte omstandigheden …

Nog geen vier kilometer verder verschijnt het volgende kasteel al in de vallei: het kasteel van Carondelet, beter bekend als het Château de Crupet. Oorspronkelijk bestond het vermoedelijk uit een machtige donjon, omringd door een diepe slotgracht, daterend uit de 11de à 12de eeuw. In 1549 kwam het in handen van Willem van Carondelet, die een uitspringende verdieping met een piramidevormig dak toevoegde. Later werden bijkomende gebouwen opgetrokken, waardoor het geheel uitgroeide tot een kasteelhoeve. In de 20ste eeuw werd het eigendom van een Brusselse architect, die het aanpaste aan de toen geldende woonnormen. Sinds 2009 is het kasteel in handen van een Nederlandse familie.

La Gayolle

Vanaf het kasteel van Carondelet volgt de route de vallei van het riviertje de Crupet. Over een afstand van ongeveer vier kilometer slingert de weg mee met het water, om uiteindelijk uit te monden in de Bocq. Een kleine twee kilometer verder wacht de eerste echte haarspeldbocht op de helling van La Gayolle.

Hier begint het serieuzere klimwerk: ruim anderhalve kilometer stijgen met een gemiddelde hellingsgraad van 6,95% en een maximale piek van maar liefst 15,92%. Maak je borst maar nat. Na nog enkele haarspeldbochten en een technische afdaling komt de route aan in Yvoir. Daar steek je voor het eerst de Maas over en zet je koers richting Maredsous.

Het daaropvolgende traject biedt merkbaar beter asfalt. De bochten volgen elkaar in een heerlijk ritme op en het sturen krijgt haast iets esoterisch. Voor wie ervan houdt, is dit zo’n stuk weg dat je met plezier nog eens opnieuw rijdt. Net dat kan er echter voor zorgen dat je minder aandacht hebt voor de omgeving. Voor je het beseft, ben je het kasteel van Montaigle voorbij — iets wat ondergetekende effectief overkwam.

Wat vandaag een ruïne is, werd in 1309 opgetrokken als een imposante burcht. Halverwege de 16de eeuw werd het kasteel geplunderd en in brand gestoken door het Franse leger. Nadien werd het nooit meer volledig heropgebouwd, waardoor het zijn huidige ruïnekarakter kreeg.

Een mooie legende

Aan Montaigle is ook een legende verbonden. Tijdens een belegering stond de burcht op het punt zich over te geven. De aanvoerder van de belegeraars stelde zijn voorwaarden: de burchtheer moest zich overgeven en zou de volgende ochtend worden opgehangen. De kasteelvrouwe daarentegen mocht de vesting ongehinderd verlaten, op voorwaarde dat zij slechts haar meest kostbare bezit meenam.

Toen zij de burcht verliet, droeg ze een zware bundel takkenbossen op haar schouder. Eenmaal buiten het zicht van de vijand kroop haar echtgenoot uit de bundel tevoorschijn. De dame van Montaigle had zich perfect aan de afspraak gehouden: zij had haar meest kostbare bezit meegenomen.

Volgens de overlevering verborgen zij vóór hun vertrek hun schat in een geheime bergplaats. De schat van Montaigle zou zich dan ook vandaag nog steeds ergens in de ruïne bevinden — wachtend op wie hem weet te vinden.

Abdijen en Kerken

Ergens tussen Falaën en Hastière loopt de route door het dorpje Weillen. Op het eerste gezicht valt hier weinig spectaculairs te melden. Geen indrukwekkende historische gebouwen, geen bekende figuren, geen veldslagen die de geschiedenisboeken haalden. En toch schuilt net daarin precies de charme ...

Weillen is het archetype van een Ardens dorp: natuurstenen huizen, glooiende weiden, stilte en eenvoud. Een plek die in één beeld de ziel van de Ardennen weet te vatten. Hier stop je niet voor een monument, maar voor de sfeer. Een ideaal moment om even af te stappen, rond te kijken en te genieten van een romantische pauze. Geniet ervan.

In Hastière steekt de route voor de tweede keer de Maas over. Aan de oever rijst de imposante abdijkerk op, die je onmogelijk kan missen. In de 10de eeuw vestigden Ierse monniken zich hier aan de Maas en stichtten er een benedictijnenabdij. In 1793 werd het complex volledig verwoest door de Franse revolutionairen.

De abdijkerk werd in de 19de eeuw gerestaureerd en geldt vandaag als een van de mooiste romaanse monumenten van België. Wat echter bijzonder indruk maakt, is de crypte onder het altaar. Daar bevinden zich Merovingische sarcofagen, 12de-eeuwse graffiti, oude reliekhouders en tal van andere overblijfselen die herinneren aan het rijke religieuze verleden van de site.

Celles

Enkele kilometers — en vooral heel wat bochten — verder passeert de route Celles. Opnieuw een typisch Ardens dorpje, iets toeristischer dan Weillen, maar met een opmerkelijk stukje geschiedenis.

Hier bevindt zich de Fontein van Sint-Hadelin - geen sierlijke fontein, maar een natuurlijke waterbron. De bron kreeg in 1957 een bijzondere betekenis toen in het dorp waterleidingen werden aangelegd. Tijdens de werkzaamheden haalden de inwoners hun drinkwater bij de bron van Sint-Hadelin.

Het water is afkomstig van een beek die bijna drie kilometer ondergronds heeft afgelegd alvorens hier opnieuw aan de oppervlakte te verschijnen. De bron draagt de naam van de heilige omdat zij, net als hij, in verband wordt gebracht met talrijke wonderbaarlijke genezingen. Vroeger kwamen ouders met hun kinderen hierheen om kinderziekten te genezen of te voorkomen.

Op kilometer 85 draai je het straatje Cachette in. In de eerste bocht zie je langs de kruisweg een steile trap die leidt naar de kapel van Sint-Hadelin. Wie dus nog van zijn kinderziekten verlost wil worden — of ze preventief wil vermijden — kan hier gerust even halt houden.

De wieg van de saxofoon

Het einde van de route nadert. De laatste kilometers verlopen over iets betere Waalse wegen, waar het asfalt toelaat om de bochten wat vlotter en ritmischer aan elkaar te rijgen. De richting is duidelijk: Dinant.

Dinant is onlosmakelijk verbonden met de naam van Adolphe Sax, de uitvinder van de saxofoon. Toch staat een andere historische figuur hier wat onterecht in zijn schaduw: Joachim Patinir (1480–1524).

Patinir was bevriend met de gerenommeerde schilder Quinten Matsijs en wordt algemeen beschouwd als de eerste echte landschapsschilder in de Nederlanden. Over zijn leermeester is weinig met zekerheid bekend, maar in zijn vroege werk zijn duidelijk invloeden terug te vinden van Jheronimus Bosch en vooral van Gerard David.

De laatste zijn de beste

De laatste zestien kilometers zijn puur rijgenot. Misschien is het wegdek niet altijd even goed, maar voor wie een beetje vergevingsgezind is, is dit een weg die het verdient om gereden te worden.  

Het einde van de route ligt opnieuw in Ciney, dat we natuurlijk ook kennen van het gelijknamige bier. Het was lokaal drankenhandelaar Roger Demarche die aan de wieg stond van dit amberkleurig bier. Demarche vond dat een gemeente als Ciney, die destijds meer dan 200 cafés telde op een totaalinwonersaantal van nog geen 5.000, absoluut een eigen streekbier verdiende. Gelijk heeft hij!

Een Ciney drink je het best koud, in het bijhorende glas, met een schuimkraag van enkele vingers. Santé!

Tekst: Wim Depraetere

Foto's: Pieter Pacques

Geschreven op 9 april 2026
© Motoren & Toerisme