Route: Halve dagtoer in de Schelde-delta

De plaatsnaam Steenbergen klinkt in Vlaamse oren dan misschien niet zo vertrouwd, het stadje is wel dé ideale uitvalsbasis voor een halve dagtrip doorheen de Schelde Delta. Deze 125 kilometer lange route voert over landwegen, eeuwenoude dijkweggetjes en immense bruggen langsheen historische vestingstadjes, polders en de indrukwekkende Delta-werken. 

Vanop enige afstand, al ter hoogte van de ruime gemeentegrenzen, bepaalt de Sint-Gummaruskerk de skyline. In een landschap dat bijna 360 graden rondom vlak en effen is als een biljart, wordt de horizon plots doorbroken door de imposante spits en de kleinere pinakels van de kerk. Ook in het centrum zelf domineert de markante, ronde toren het marktplein.

Het huidige kerkgebouw is op zich niet bijzonder oud. Het dateert van 1901, maar werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, tijdens de bevrijding, bijna volledig vernield. Pas in 1960 was de restauratie volledig afgerond. De 83 meter hoge ronde toren staat bekend als de Vieringstoren en is vandaag hét herkenningspunt van Steenbergen.

Steenbergen is, net als de omliggende gemeenten en dorpen, een voormalig vestingstadje dat zijn vorm, van het centrum en oude gedeelte, grotendeels te danken heeft aan de strijd tegen de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De vestingswallen zijn vandaag nog duidelijk zichtbaar en vormen een tastbare herinnering aan dat verleden.

Al na één kilometer volgt de route een deel van deze historische verdedigingsgordel. De nabijheid van water blijft bovendien een constante factor doorheen het traject — een kenmerk dat deze streek haar eigen, unieke karakter geeft.

Fort Henricus

Nog maar net buiten de rand van Steenbergen ligt al meteen een eerste bezienswaardigheid die je niet mag missen: Fort Henricus. Ooit waren hier meer dan duizend soldaten gelegerd, waaronder ook Engelse troepen. Volgens de overlevering konden zij het bijzonder goed vinden met de meisjes uit Steenbergen — een detail dat het militaire verleden een menselijk kantje geeft.

Op kilometer 12 van de route, ter hoogte van De Linie, stoot je op een ander opmerkelijk militair overblijfsel, ditmaal uit een meer recente periode. Hier bevinden zich vier Duitse geschutskoepels, of beter gezegd de betonnen restanten van het type 612. De officiële Duitse benaming luidt: Schartenstand für Lande- und Sturmabwehrgeschütze ohne Nebenräume.

Het gaat om bijzonder robuuste constructies, met muren tot wel drie meter dik. Deze bunkers werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd om het nabijgelegen sluizencomplex te beschermen. Samen met een nabijgelegen groepsbunker maakten ze deel uit van de Atlantikwall, de imposante verdedigingslinie die de Duitsers langs de West-Europese kust aanlegden.

Tholen

Hoogtemeters zal je op deze route nauwelijks maken — tenzij je een brug over moet, zoals de verbinding tussen het eiland Tholen en het vasteland. Beide plekken worden gescheiden door het Schelde-Rijnkanaal, dat tegelijk de grens vormt tussen Zeeland en Noord-Brabant.

Net als Steenbergen is Tholen een voormalig vestingstadje, met nog duidelijk zichtbare restanten van de vestingswallen uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. Wat vooral opvalt in het historische centrum, zijn de twee grote stenen windmolens: De Hoop en De Verwachting. De molen De Hoop, waar de route langs loopt, dateert van 1736 en is daarmee ruim een eeuw ouder dan De Verwachting.

Een dertiental kilometer verder bereik je de rand van de Krabbenkreek, deel van de Oosterschelde en dus onderhevig aan getijdenwerking. Hier strekken zich uitgestrekte slikken en schorren uit. Bij laagwater vormt dit gebied een belangrijk foerageergebied voor duizenden steltlopers, eenden en ganzen.

Aan de overzijde van de Krabbenkreek ligt het eiland Goeree-Overflakkee, waar de route het dorp Oude-Tonge binnenrijdt. Oude-Tonge en het nabijgelegen Nieuwe-Tonge werden zwaar getroffen door de Watersnoodramp van 1953 — een tragedie die nog steeds diep in het collectieve geheugen gegrift staat. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 braken op meerdere plaatsen de dijken, vooral in het zuidelijke deel van het eiland. Bijna de helft van het totale aantal slachtoffers viel daar, met alleen al in Oude-Tonge 305 doden.

Ter hoogte van de jachthaven herinnert een standbeeld aan deze dramatische gebeurtenis — een stille getuige van de kracht van het water en de kwetsbaarheid van het land.

De Deltawerken

De watersnoodramp van 1953, samen met eerdere overstromingen, vormde de aanleiding voor de start van de Deltawerken. Deze indrukwekkende waterbouwkundige ingrepen gingen van start in 1960 en hadden als doel Nederland te beschermen tegen het geweld van de Noordzee.

De Grevelingendam, waarover de route loopt, maakt deel uit van dit grootschalige project. In totaal bestaan de Deltawerken uit vijf stormvloedkeringen, twee sluizencomplexen en zes dammen. In de praktijk zijn sommige van deze constructies opgebouwd uit meerdere onderdelen, met bijkomende dammen en sluizen. Wanneer je alle waterbouwkundige werken in Zuidwest-Nederland afzonderlijk meetelt, kom je zelfs uit op vijf stormvloedkeringen, tien sluizen(complexen) en zeven dammen.

Dankzij deze ingrepen werd een aanzienlijk deel van het land beschermd én ontstond er op relatief korte tijd nieuw drooggelegd gebied. Het landschap veranderde ingrijpend en kreeg het karakter dat we vandaag kennen: een unieke wisselwerking tussen water, land en techniek, een stukje van de route waarvan je toch wat stil van wordt.

Eens je op de Grevelingendam bent zie je een betonnen soort blok staan langs de kant van de weg, een gedenkteken aan de werken die indertijd zijn uitgevoerd. Het is niet zomaar een betonnen blok, maar een anker van de kabelbaan. Die kabelbaan vervoerde steenbrokken voor de fundering van de dam.
 

Willemstad en Klundert

De meeste wegen lopen hier over dijken, vaak afgezoomd met rijen bomen. Dat zorgt voor het typisch en herkenbaar landschap dat deze regio zo kenmerkt. Hoewel de route hier minder bochtig wordt, blijft het absoluut de moeite om rustig over de dijken te flaneren en te genieten van de omgeving.

De vuurtoren, eigenlijk niet meer dan een lichtbaken, brandde voor het eerst in 1696. Het was toen niet meer dan een bescheiden ijzeren constructie. Pas in 1930 werd er elektrisch licht geïnstalleerd en in 1948 verving men de ijzeren constructie door een stenen gebouw. In 1989 ging het licht van de toren definitief uit en is het nu een stille getuige van het verleden.

Willemstad draagt duidelijk de sporen van zijn verleden als vestingstad. De goed bewaarde vestingwallen laten daar geen twijfel over bestaan. Wie de plattegrond bekijkt, ziet meteen de kenmerkende stervorm. Neem je even de tijd om over de vestingmuren te wandelen, dan ontdek je dat elke punt van de ster een naam draagt die verwijst naar de provincies van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden — die destijds als ‘sponsors’ van de vestigingen fungeerden.

Een bijzonder opvallend gebouw in het centrum is de Koepelkerk Willemstad. Reeds in 1586 werd er gesproken over de bouw van een kerk op deze plaats, waarvoor een budget van 600 Carolusguldens werd voorzien. Toch duurde het tot 12 oktober 1601 voordat men effectief met de bouw begon. Het resultaat was opmerkelijk: de eerste kerk in Nederland met een ronde plattegrond, in plaats van de traditionele kruisvorm — een architecturale keuze die vandaag nog steeds indruk maakt.

Exact 17 kilometer verder bereik je het volgende vestingstadje: Klundert. Ook hier zijn nog heel wat delen van de vestingwallen bewaard gebleven, maar nog opvallender is het stadhuis, dat grotendeels in zijn oorspronkelijke vorm te bewonderen is.

In 1620 schonk Prins Maurits een bedrag van 2000 gulden “vant maecken van een nieuw stadthuys” aan de bewoners van Klundert — een som die later slechts een voorschot bleek te zijn op de uiteindelijke bouwkost. Reeds een jaar later werd al met de bouw van het stadhuis begonnen.

Het gebouw, rijkelijk versierd met natuursteen, is sindsdien nauwelijks gewijzigd aan de buitenzijde. De binneninrichting daarentegen heeft door de eeuwen heen verschillende aanpassingen en verbouwingen ondergaan.

Er resten ons nog zo’n 25 kilometer van de route. Onderweg doorkruis je nog even een rustig dorpje met een opvallende naam: Stampersgat. Waar die naam precies vandaan komt, is mij niet bekend — al ben je misschien stiekem blij dat je er niet woont.

Daarna volg je nog een stuk de loop van de Steenbergse Vliet, tot uiteindelijk de Sint-Gummaruskerk opnieuw aan de horizon verschijnt en het einde van de route aankondigt. Laat tijdens deze halve dag-route nog één keer de zilte zeelucht je helm binnendringen en geniet na van een route die misschien minder hoogtemeters telt, maar des te rijker is aan water, dijken, geschiedenis en karakter.

Dijken en dammen in de Schelde-delta

Tekst: Wim Depraetere

Foto's: Pieter Pacques

Samenstelling: BJ

Geschreven op 7 mei 2026
© Motoren & Toerisme