Route: halve dag toeren in Pays des Collines

Tijdens deze Halvedag Citytrip slingert de route door de Pays des Collines, met Ronse als vertrek- en eindpunt. Verwacht hier geen eindeloze linten asfalt met lange, vloeiende bochtenreeksen. Wat je wél krijgt, zijn smalle eenvaksweggetjes, korte en technische bochten, verrassende hoogteverschillen en vooral wijdse panorama’s die zich onverwacht openen over een ongerept landschap. Voeg daar een overvloed aan verleidelijke terrasjes aan toe en je begrijpt meteen waarom deze regio zo aantrekkelijk is voor motorrijders.

Een halve dag toeren rond Ronse

Dat de taalgrens in ons Belgenlandje grotendeels een artificiële scheidslijn is, bewijst de regio in het zuiden van Oost-Vlaanderen en het noorden van Henegouwen als geen ander. Geologisch valt hier immers geen enkele natuurlijke grens te ontwaren. Het is opnieuw een illustratie van hoe de mens zijn eigenzinnige koppigheid weet te verankeren in lijnen, regels en administratieve grenzen.

Aan Vlaamse zijde spreken we over de Vlaamse Ardennen, het decor waar de Ronde van Vlaanderen jaar na jaar zijn duivels ontbindt. Net over diezelfde heuvelrug heet datzelfde landschap in Wallonië de Pays des Collines: een even pittoreske, schilderachtige en uitdagende streek om met de motor te verkennen.

Startpunt – Place de départ

Ronse / Renaix is een van de tien Belgische taalgrensgemeenten met faciliteiten. Dat verklaart waarom je in Ronse tal van aanduidingen ziet in zowel het Nederlands als het Frans.

Archeologische vondsten tonen aan dat Ronse al zeer vroeg als permanente nederzetting werd bewoond. Tijdens het Neolithicum hielden de eerste bewoners zich hier al bezig met landbouw en veeteelt. Ook tijdens de Romeinse periode bevond zich hier een nederzetting. Daarvan getuigen onder meer fragmenten van Romeinse bouwwerken en munten die in de omgeving werden gevonden. Vanaf de middeleeuwen groeide Ronse uit tot een belangrijk centrum van de textielnijverheid. Eerst draaide alles rond wol, later rond vlas en linnen. Die industriële geschiedenis wordt vandaag verteld in het MUST – Museum voor Textiel, gelegen aan de Hoge Mote.

Racen in Ronse

Het startpunt van de route situeert zich op de Grote Markt van Ronse. Vandaar gaat het richting het station, door een zone 30 die je de rust geeft om de statige Art Nouveauhuizen in je op te nemen. Het station zelf draagt een bijzonder verhaal met zich mee. Toen in de 19de eeuw het station van Brugge werd afgebroken, werd het gebouw letterlijk in stukken gezaagd en verkocht aan Ronse, waar het opnieuw werd opgebouwd. De inhuldiging vond plaats in 1881.

Even buiten Ronse, in de industriële zone Klein Frankrijk, werden tussen 1994 en 2001 de motorraces Grote Prijs van de Stad Ronse verreden. De route volgt hier kort het tracé via de Maagdenstraat — een subtiele knipoog naar dat sportieve verleden.

Pays des Collines, land van heuvels en heksen

Vrij vertaald betekent Pays des Collines “Land van de Heuvels”. En waar heuvels zijn, zijn ook cols, al klinkt dat misschien wat hoogdravend wanneer je ze vergelijkt met de grote Alpenpassen. Toch geven deze bescheiden verhevenheden de streek een uitgesproken karakter en maken ze haar des te aantrekkelijker om als motorrijder te ontdekken. Via een kronkelende afdaling rijden we Ellezelles binnen, ondertussen ruim over de taalgrens aan Franstalige kant. Op het eerste gezicht stelt het dorpje misschien niet veel voor, maar op het vlak van folklore heeft Ellezelles een uitgesproken identiteit. Het is namelijk een echt heksendorp. Elk jaar in juni wordt hier een heksensabbat georganiseerd. Volgens de lokale legende werd hier in de 17de eeuw de heks Quintine opgehangen en verbrand, een verhaal dat uitgroeide tot een belangrijk stuk lokale folklore. Kunstenaar Jacques Vandewattyne, beter bekend als Watkyne, speelde een grote rol in het levend houden van deze tradities. Hij creëerde het merendeel van de sculpturen langs het Sentier de l’Étrange, een wandelroute van ongeveer 5,4 kilometer die door het mysterieuze landschap rond het dorp slingert.

Dan volgt er een verrassend stukje bos, het Sint Hubertusbos. Je waant je waarachtig in de Ardennen. En een goede drie kilometer verder volgt al een volgende helling met een klinkende naam: La Croisette. Deze klim is iets pittiger, maar vooral het uitzicht boven maakt indruk.

Enkele cijfers om een beeld te schetsen van deze klim:

  • Lengte: 1,75 km
  • Hoogteverschil: 85 m
  • Gemiddelde hellingsgraad: 5,17 %
  • Maximale hellingsgraad: 7,79 %

Ter hoogte van Morcourt is de route al ongeveer halfweg en kom je ook al dichtbij Doornik, dat je bij helder weer in de verte kan herkennen aan de kerk met de vijf torens. De route loopt er niet door, maar de stad is zeker een bezoek waard. Met de rug naar Doornik gericht rijd je richting de volgende heuvel: de Mont-Saint-Aubert. Dit is het hoogste punt in de streek en kijkt uit over de lagergelegen Scheldevallei. De route leidt je niet helemaal tot aan de kerk, maar eenmaal bijna boven, wanneer je achterom kijkt, torent die hoog boven je uit.

Een kleine twintig kilometer verder kom je in het centrum van Amougies, een dorp dat op het eerste gezicht weinig bijzonders lijkt. Maar laat je niet misleiden… In oktober 1969 vond hier het Festival Actuel plaats, een vijfdaags muziekfestival dat vaak het “Europese Woodstock” wordt genoemd.

Wereldsterren als Pink Floyd, Frank Zappa, Yes, Ten Years After en Captain Beefheart traden hier op voor zo’n 100.000 festivalgangers. Omdat het festival in Frankrijk verboden was, week men uit naar dit kleine Waalse dorp, dat plots het decor werd van een bijzonder stukje popgeschiedenis.

De laatste helling op de route ligt net buiten Amougies: de Mont de l’Enclus. Eenmaal boven steek je opnieuw de taalgrens over en rij je langs Vlaamse zijde de Kluisberg af.

Op het hoogste punt in het bos staat nog een bakstenen toren die ooit als uitkijktoren werd gebouwd. Van hieruit kijk je uit over het golvende landschap van de streek.

Tussen het Kluisbos en Ronse doorkruis je een stukje van het parcours van de Ronde van Vlaanderen, met als bekendste helling de Patersberg. Zo rij je ook dicht langs de Hotondmolen, het hoogste punt van Oost-Vlaanderen, tegenwoordig omgebouwd tot hotel-restaurant met een prachtig uitzicht over de Scheldevallei.

Vervolgens draait de route de Kruisstraat op en na een flauwe bocht ligt Ronse in de diepte, met statig de Sint-Hermeskerk in het midden. Ronse is een vergeten pareltje in een uniek landschap, een bestemming die iedere motorrijder zal koesteren tijdens een halvedag citytrip.

Tekst: Wim Depraetere

Foto's: Bob Van Mol

Geschreven op 5 maart 2026
© Motoren & Toerisme