Motorsportmicrobe
Wie het maximale uit zijn MotoGP-weekend wil halen, is maar beter vroeg uit de veren. Wanneer we zaterdagmorgen richting het circuit rijden, is de verkeerschaos al een voorbode van de opzwepende drukte die zal heersen op Jerez. Motorrijders die tussen de file kunnen laveren hebben hier duidelijk een streepje voor, en kunnen bovendien hun machine kwijt op de motorparking vlak bij de ingang. Die giga-parking is op zichzelf al een bezienswaardigheid, een levende motorexpo als het ware. Wij worden echter, verwend als we zijn, met ons busje afgezet aan een ‘VIP-lounge’ boven de boxes: een fijne plek om over een bordje tapas te netwerken met politicos en journalisten, maar wie de kwalificaties van hieruit goed wil volgen, moet het stellen met een uitzicht over de finishlijn en twee TV-schermen. Voor het echte werk, de Sprint Race van twaalf rondes, wil ik toch een plek met meer motorgeweld opzoeken. Die vond ik, met uitzicht op de Expo ’92-bocht en twee tribunes vol joelende fans: één in het rood, voor publieksfavoriet Marc Marquez, een tweede in het blauw voor zijn hermano Alex.