De banlieues verrezen in de nasleep van de oorlog. De immense flatwijken aan de rand van Parijs waren bedoeld als snelle huisvestingsoplossing voor arbeiders en migranten, vooral uit Noord-Afrika. Wat begon als modern en veelbelovend, werd al snel een afgesloten wereld: verwaarloosd, vergeten, een plek zonder dromen. In de jaren 80 en 90 liep de spanning er op: werkloosheid, criminaliteit en discriminatie vermengden zich tot een explosieve mix. Regelmatig braken er rellen uit, die de aandacht van de hele wereld trokken.
Toch schuilt er in deze ruwe periferie ook een onstuitbare kracht, een bruisende cultuur die weigert te verdwijnen. In deze urban jungle groeien de ‘jeunes de banlieue’ op, te midden van experimentele architectuur die her en der als een soort stille rebellie oprijst. Hier geen klassieke Parijse grandeur, maar een unieke mix van modernisme, brutalistische meesterwerken en verrassende urban designs.