De trails verlopen soepel, maar het asfalt ertussenin is een welkome afwisseling. In een slaperig Frans dorpje koop ik krokant gebakken brood bij een bakker waar je alleen cash kan betalen. Met mijn stokbrood, stuk worst en potje confituur vlei ik mij neer op een bankje op het dorpsplein.
Het is hier, in het zuiden, dat ik de Fransen pas echt leer kennen. Hun rijgedrag mag dan ‘assertief’ en ongeduldig zijn, in de winkel gaat alle haast overboord; daar wacht een hele rij Fransen braaf terwijl iemand rustig een praatje maakt met de verkoopster. Twee gezichten van hetzelfde volk, en ik leer ze allebei accepteren en waarderen.
Ik eindig de dag op een plek waar alles samenkomt: links de lavendelvelden, rechts golvend graan, en recht voor me de contouren van de Alpen. Ik heb Frankrijk vervloekt tussen de velden in het noorden. Ik heb het leren waarderen in het zuiden – het land, het eten, en uiteindelijk ook de mensen. Wat de Alpen me zullen brengen, weet ik nog niet. Mijn eerste avond begint alvast met een kort maar krachtig onweer. Typisch.