Glory Days: Hoe Wim toch nog een racer werd...

In de nieuwe column ‘Glory Days’, volgen we dit jaar de racebelevenissen van Wim Depraetere. Wim is naast ‘vriend des huizes’ van M&T, ook een van de vaste instructeurs van de Mertens Riding School. Wim is al z’n hele leven lang een racefan en begeleidde z’n zoon Roel tijdens diens carrière in het BK Wegrace. Zelf racen kwam er echter niet van, tot hij twee jaar geleden als vijftiger toch aan de start kwam van z’n eerste Classic-race op het befaamde stratencircuit van Gedinne. Dit jaar wil Wim zoveel mogelijk genieten in het BK Classics en wel in het zadel van z’n geliefde Ducati 450 Desmo. Om Wims passie voor de klassieke racerij beter te begrijpen publiceren we hieronder het relaas van z’n eerste race, in augustus 2017.

Racen voor krasse k(n)arren

Belgian Classic TT op een Ducati Desmo 350 Mk2


363 dagen per jaar is Gedinne het Mekka van Ardense doordeweeksheid, maar één weekend per jaar wordt het dorp opgeschrikt door luid brullende en briesende oldtimermotoren die door de straten denderen tijdens de Belgian Classic TT-races. Ex-collega Wim Depraetere was één van de onverlaten die tijdens deze tweedaagse met zo’n kranig oudje aan de rol ging: een schitterende Ducati Desmo 350 Mk2. Wij volgden hem tijdens zijn voorbereiding op de race en gingen ‘m luid aanmoedigen tijdens dat zalige weekend voor petrolheads.

 

 

Veel authentieker dan het circuit van Gedinne wordt het niet.

Elk jaar wordt het anders zo rustige plaatsje Gedinne gedurende één zomers weekend omgetoverd tot het Europese epicentrum van het Classic Racing. Dat gebeurt tijdens de Belgian Classic TT, die ze bij de Belgische Motorrijdersbond ‘De Klassieker der Classics’ noemen. Veel prijzengeld valt er evenwel niet te verdienen, de meesten komen naar Gedinne voor de eer en de bijhorende bloementuil, zoals dat vroeger het geval was. Net zoals die mindset dateren ook de motoren nog van toen de enige aanwezige ‘hulpelectronica’ nog in het kopje van de piloot zat.

Bucket list: ✓

De Belgian Classic TT is erg geliefd is bij Britse bezoekers, wellicht omdat de wedstrijd in meerdere opzichten een klein broertje is van de legendarische TT op het eiland Man: ook hier is het parcours op niet-racedagen (lees: 363 dagen) gewoon openbare weg.. De bochten en alle obstakels onderweg worden voor dit ene weekend getooid en uitgedost met strobalen, wat rest zijn hobbelige, nauwe wegen die bezaaid liggen met zowel zeer snelle als moeilijk technische bochten en de nodige hoogteverschillen. Alles samen zorgt dat voor een onwaarschijnlijk uitdagend parcours dat de vergelijking met z’n grotere broer op vlak van heroïek moeiteloos kan doorstaan. Tip: al wie die de TT-races van Man ooit wel eens wil zien, maar er o zo moeilijk geraakt: ga kijken naar de Belgian Cassic TT en je kunt alvast dat item op je bucketlist afvinken.

Verplichte leerstof: een kaartje van het Circuit de Gedinne.

Jongensdroom in vervulling

Wim: “De droom om mezelf in een race met de jonge wolven te meten, heb ik eigenlijk al lang uit mijn hoofd gezet. Maar de wens om ooit eens te kunnen deelnemen aan een motorrace, een échte officiële wedstrijd, is nooit echt weg geweest. Tijdens het afgelopen Brusselse auto- en motorsalon had ik het tijdens een discussie met Pascal ‘Stroker’ Boen, een bevriende motorfietsdealer, over wat de moderne motoren nog aan rijsensatie te bieden hebben. Waar is het pure, zuiver motorplezier dat de adrenaline door je aderen jaagt zonder dat je moet terugvallen op tractiencontrole, anti-wheelying, ABS, regenmodus,… Vroeger was de piloot de enige ware ‘onboard-engineer’, hij bepaalde hoeveel gas er gegeven werd en vooral wanneer dat moest worden gedaan. Hij bepaalde wanneer en hoe hard er moest worden geremd. Een niet bepaald risicoloze aangelegenheid, wetende dat de banden niet van die kwaliteit waren zoals we ze nu kennen. Uiteindelijk eindigde dat gesprek in de belofte dat we eind augustus terug de nozems van weleer zouden spelen: “Weet je wat, we rijden gewoon de Belgian Classic TT mee, Ja? Ik heb nog wel een Ducati 350 Desmo MK2 die eventueel… Godverdomme ja! Doen we!” En zo werd een droom plots werkelijkheid…”

 

Wim en z'n Ducati 350 Desmo MK2 in actie op het circuit van Gedinne.

Trainen

Wim: “We startten al vroeg in het voorjaar met de voorbereidingen, want uiteraard moest niet alleen de motor in een uitstekende technische toestand verkeren, ook aan de piloot zelf kon zowel op fysiek als mentaal vlak nog één en ander bijgeschaafd worden. Ik besloot om naast mijn circuitlessen voor de Mertens Riding School ook wat vaker te gaan fietsen, aangezien dat een uitstekende training is voor elke motorrijder. De ideale mentale conditie voor zo’n race is dan vooral nog een kwestie van parcourskennis en concentratievermogen. Zelf had ik het vooral lastig met de fysieke trainingen: de opbouw van een écht goede fysieke conditie is zwaar voor een midvijftiger zoals ik, en vooral het begin gaat maar zeer langzaam. Maar eens er een beetje basis was, liep het allemaal wat vlotter en werd het ook plezanter. Aan de rijtechniek werd natuurlijk ook gewerkt, meer bepaald tijdens de ‘70’s Cycle Run’ op het circuit van Croix-en-Ternois op 23 april. Daar zijn enkel motoren uit de jaren ‘70 toegelaten, waardoor het een ideale training was voor zowel piloot als motor én we meteen ook konden zien waar we stonden ten opzichte van de concurentie.”

Eerste date

Wim: “Qua stressniveau kan zo’n eerste kennismaking met zowel de motor als de concurentie wel tellen. De eerste rondjes waren uiteraard aftasten, en veel aandacht ging naar het vinden van de juiste positie. Al snel bleek dat er weinig aanpassingen aan de machine mogelijk zijn: noch het schakel- en rempedaal, noch de positie van rem- en koppelingshendel laten zich bijstellen. Wat ik ook niet had verwacht was dat de achterrem en het schakelpedaal van plaats waren verwisseld. Ook de schakelset zelf acteert ondersteboven, net zoals op alle competitiemotoren: eerste omhoog, de rest naar beneden. De aanpassing aan die setup verliep eigenlijk zonder noemenswaardige problemen. De trommelremmen echter zijn nog van het ‘ik-weet-niet-wanneer-ik-zal-stoppen’-type. Daar moest ik echt terdege aan wennen want de stopkracht van dit soort remmen is om het beleefd uit te drukken zeer beperkt. De vering is standaard, enkel een beetje olie meer of minder in de veerpoten kan voor wat ‘finetuning’ zorgen. Er is uiteraard ook geen aanpasbare ECU en aan verschillende rijmodi of andere snufjes ontbeert het de Duc volledig. En toch zat het na twee sessies vrij rijden behoorlijk snor, ik zat goed in het zadel maar behield toch de nodige beweeglijkheid. Eenmaal dat uitgevogeld was, ging de concentratie naar rempunten, versnellingen, instuurpunten en rijlijnen. Het circuit van Croix-en-Ternois is mij niet bepaald onbekend, dus ging het vrij vlot om de juiste rijlijnen te vinden. De rempunten en de juiste versnelling vinden was een ander paar mouwen en dat zou tijdens de wedstrijd in Gedinne nog enkele trappen ingewikkelder zijn. Op het circuit van Croix spreken we over zes bochten, amper hoogteverschillen en geen hinderlijke putten of bulten in het asfalt. Het stratencircuit van Gedinne bevat niet minder dan éénentwintig bochten inclusief hoogteverschillen, putdeksels, witte lijnen, groeven en dies meer…

Na enkele proefrondjes zakten de rondetijden gevoelig, omdat de combinatie van goed remmen en schakelen beter synchroon verliepen en de bochtensnelheid steeds hoger kwam te liggen. Sneller de bocht uitkomen betekent een hogere topsnelheid naar de volgende bocht en bijgevolg ook betere rondetijden. Wat mij verbaasde was dat veel van de andere piloten een rijstijl toepassen die stamt uit dezelfde periode als de motoren waarmee ze rijden. Mooi stil zitten op het zadel, de kont niet verplaatsen, geen knietje tegen de grond en gestrekte armen met als gevolg dat de rijlijnen ook anders, zeg maar ruimer, waren dan hoe er tegenwoordig gereden wordt. De meer moderne rijtechniek en rijlijnen bleken evenwel geen probleem te vormen op onze klassieke Duc. Net zoals de techniek heeft ook de rijstijl een enorme evolutie doorgemaakt. Een evolutie die snellere rondetijden garandeert, maar ook een veiliger rijstijl oplevert. The times they are a-changin’, en maar goed ook…

Ook bij de 'Classics' wordt er weleens 'close' geracet!

De race zelf

Wim: “De aanloop naar de Belgian Classic TT was eigenlijk al een verhaal op zich, het was minstens even leuk om naar de race toe te leven als om ‘m uiteindelijk ook te rijden. Maar zonder die klap op de vuurpijl, de apotheose zou het toch geen afgewerkt geheel zijn. Dus het was met de nodige spanning dat we naar dat voorlaatste weekend van augustus uitkeken. Ik had ondertussen terdege de omloop verkend en zoveel mogelijk notities genomen, maar het was wachten op de eerste trainingen om het daadwerkelijk afgesloten parcours te leren kennen. Spannend.

 

 

Eerste race en meteen al een podiumplaats voor Wim in de sterkbezette IHRO 250-350cc-klasse!

Het ontwaken op de camping de ochtend van de trainingen is erg onwezenlijk. Je hoort hier en daar een tentrits opengaan, de vogeltjes fluiten en in de lucht hangt de geur van dennenbomen en koeienvlaaien. Maar dan, amper één uurtje later, gaan overal rond je heen motoren aan het brullen en is het al tweetakt en verbrande olie wat je ruikt. Heel raar… We traden aan in de IHRO-klasse 250-350 cc. Deze ‘International Historic Racing Organisation’ stelt heel strikte eisen aan de machines op vlak van gewicht, banden en gebruikte onderdelen en geldt dan ook een beetje als de koninginneklasse van het classic racen. Er traden 27 machines aan waarvan er uiteindelijk 14 zouden arriveren, al de rest had af te rekenen met mechanische problemen. Op zaterdag zat ik meteen erg goed in de race en mocht ik een beker voor de 3e plaats in onze categorie in ontvangst nemen. Tijdens de race op zondag had ik ook een erg goed gevoel en er zat misschien nog meer in, maar toen gaf de ontsteking er de brui aan. Erg jammer, maar dit Classic TT-weekend was hoe dan ook een topervaring. Dit avontuur is absoluut voor herhaling vatbaar, ik kijk er nu al naar uit!

 

Tekst: Wim Depraetere, JV, DG, BJ

Foto’s: Wim Depraetere

Geschreven op 8 februari 2019
© Motoren & Toerisme