Afterworkrit: Waals-Brabant

Niets zo geschikt om een stresserende werkdag van je af te schudden als een motorritje. Waarom slalommen tussen de files als je ook the long way home kan nemen? Met een ommetje langs Waterloo bijvoorbeeld, in de voetsporen van Napoleon.

 

Tekst: Gaea Schoeters

Foto’s: Trui Hanoulle & Gaea Schoeters

 

Napoleon was zo verzot op kip dat hij zijn koks 24/7 liet doorwerken, zodat er altijd een bijtgare kip beschikbaar was. Met dat beeld van een keuken vol kippen in elke staat van ‘ontkleding’ en bereiding, begint een van mijn favoriete boeken: Wintersons De Passie. Kok, kippennek-omwringer en kelner van dienst is een dwerg; Napoleon vindt hem aardig omdat hij, als enige in het hele leger, nog kleiner is dan de keizer zelf. Nou ja, aardig… “Napoleon hield van niemand, behalve van Joséphine, en van haar hield hij zoals hij van kip hield.” Kip, kippetje… het ligt dicht bij elkaar. In elk geval: ik hield aan het boek een milde fascinatie voor Napoleon over, al berust die meer op fictie dan op feiten. Omdat een mens toch zijn geschiedenis behoort te kennen, planden Trui Hanoulle en ik een afterwork-avondrit in de voetsporen van de kleine keizer met het reuzegrote ego. Dat was het plan. En toen gooide het coronavirus roet in het eten: net toen we de rit wilden rijden, werd de lockdown afgekondigd: vanaf twaalf uur ’s middags moest iedereen ‘in zijn kot blijven’. Dus lieten we het werk voor wat het was en stoven richting Fleurus.

Laatste overwinning

Vanuit Brussel sta je op een uurtje in Wangenies, een ingeslapen lintbebouwingsdorp in Henegouwen. Napoleon kwam van de andere kant, uit het zuiden. De geallieerden hadden het Franse leger in 1813 al een flinke pandoering verkocht, en Napoleon naar Elba verbannen. In 1815 was hij ontsnapt en met een handvol getrouwen opgetrokken naar Parijs; het leger dat hem moest tegenhouden, had zich bij hem gevoegd. Nu wilde hij orde op zaken stellen. Bij Charleroi stak de grens over: zo kwam hij tussen het Pruisische leger en de Brits-Nederlandse troepen terecht en kon hij hen apart verslaan voor ze zich konden samenvoegen. Althans… dat was het plan.

Van aan de Notre-Dame de la Délivrance, een piepklein kapelletje, zetten we koers richting Brye. Even omzomen dieprode beuken de weg, daarna plooit het landschap open en rijden we tussen de weidse velden. Kasseibaantjes, gravelpistes en karresporen wisselen elkaar af; ik ben blij dat ik mijn Himalayan heb meegenomen, die ik net voor de winter kocht – het arme beest heeft nog geen 1.000 kilometer op de teller. De lichte motor voelt zich op dit terrein reuze in zijn sas en stuitert vrolijk overal door en overheen. Daarnet op de snellere stukken had ik moeite om Trui bij te houden als ze haar oude GS de vrije teugel gaf, maar hier kan ik haar makkelijk bijhouden. Wie nood heeft aan vertraging, kan op deze route zijn hart ophalen: hoewel het nauwelijks elf kilometer is tot Brye, doen we er bijna een halfuur over. En dan vorderen we nog een flink stuk sneller dan het Napoleontische leger dat zich hier langzaam een weg noordwaarts baande, moeizaam de loodzware kanonnen achter zich aanslepend. De groene velden liggen er vreedzaam bij; niets doet vermoeden dat hier zwaar gevochten is. Want op 16 juni stootten de Fransen bij Ligny op de Pruisische troepen; Napoleon versloeg Blücher, maar liet na de vluchtende troepen te achtervolgen. Een fatale fout, want het Pruisische leger voegde zich twee dagen later in Waterloo bij de Engelsen. Met de bekende gevolgen…

 

De volledige versie van dit toerverhaal lees je in Motoren & Toerisme 3-2020, die vanaf 28 mei te koop is.

Geschreven op 25 mei 2020
© Motoren & Toerisme