Route: halve dag touren in Frans-Vlaanderen

In het meest noordelijke puntje van Frankrijk, vinden we een gezellige streek met wel erg Vlaams klinkende plaatsnamen. Hazebrouck, Dunkerque, Hondschote, Wissant en Cassel, om maar enkele te noemen. Niet verwonderlijk, want deze streek maakte lang geleden deel uit van graafschap Vlaanderen. Nu is vooral een pittoreske streek, bezaaid met gezellige stadjes en bochtige landwegen daartussenin. De ideale bestemming voor een nieuwe halvedagroute dus!

Hazebrouck, in het Nederlands Hazebroek, is een kleine stad in het Franse département du Nord. Klein misschien, maar het is wel een plaats met een opmerkelijke historische en culturele betekenis. Hoewel Hazebrouck vandaag volledig in Frankrijk ligt, is het Vlaamse erfgoed er nog duidelijk voelbaar. De streek wordt dan ook niet voor niets Frans-Vlaanderen genoemd.

De reden waarom het ooit Vlaamse Hazebrouck nu tot Frankrijk behoort, vinden we in de tweede helft van de 17de eeuw. Toen veroverde Franse Zonnekoning Lodewijk XIV de stad op de Nederlanden, die toen onder Spaans bewind stonden. In de 19de eeuw bloeide Hazebrouck onder impuls van de textielnijverheid uit tot een belangrijk spoorwegknooppunt. Dat maakte het later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, een belangrijk doelwit. De vele bombardementen misten echter soms hun doel, en richtten zo ook zware schade aan in de stad zelf. Door alle verwoesting die Hazebrouck doorheen de eeuwen heeft gekend, zijn er vandaag helaas nog maar weinig historische gebouwen bewaard gebleven. Toch zijn er her en der nog sporen van het Vlaamse verleden te vinden, zoals in de Sint-Elooiskerk, waar nog Vlaamse opschriften te lezen zijn op restanten van grafstenen.

Hazebrouck mag dan vandaag een Franse stad zijn, wie er rondloopt, merkt dat de grens tussen Frankrijk en Vlaanderen hier vooral een politieke grens is geweest. De geschiedenis, de plaatsnamen en de overgebleven sporen vertellen een ander verhaal.

In de ruime regio rond Hazebroek vertoont het landschap, en zelfs het netwerk van enkelvakswegen, opvallend veel gelijkenissen met dat van West-Vlaanderen. Afgezien van de vorm en kleur van de verkeersborden zou je nauwelijks merken dat je je in Frankrijk bevindt.

Aire-sur-la-Lys

Vanuit Hazebroek voert de rit in zuidwestelijke richting door een vlak landschap, over licht bolle asfaltbaantjes waarvan het wegdek hier en daar aan kwaliteit heeft ingeboet en waarop gras en mos inmiddels hun plaats hebben opgeëist. De eerste belangrijke stad die we passeren is Aire-sur-la-Lys, precies op de grens van Frans-Vlaanderen en Artesië. Water speelt hier een belangrijke rol: hier mondt de Laquette uit in de Leie en begint het Canal d'Aire.

De oorsprong van de stad gaat terug tot de 9de eeuw, toen een versterking werd gebouwd door de Vlaamse graaf Boudewijn II van Henegouwen, als bescherming tegen de invallen van de Vikingen. Uiteindelijk kwam de stad in 1713 bij Frankrijk, als gevolg van het Verdrag van Utrecht.

Ook de beroemde avonturier en rokkenjager Giacomo Casanova liet Aire-sur-la-Lys niet ongemerkt aan zich voorbijgaan. In zijn memoires beschrijft hij hoe hij er naar eigen zeggen onheus werd behandeld nadat hij had beweerd een koerier te zijn. De stadspoorten werden voor hem geopend, al liep het bezoek blijkbaar niet helemaal zoals hij had gehoopt.

Route: halve dag touren in Frans-Vlaanderen

Vandaag is Aire-sur-la-Lys vooral een aangename historische tussenstop. Ondanks de vele oorlogen die deze streek door de eeuwen heen hebben geteisterd, is een groot deel van de historische stadskern goed bewaard gebleven. De mooie gebouwen en sfeervolle straten maken het dan ook een ideale plaats om even van de motor af te stappen en op een terrasje te genieten. Let wel, wanneer het wegdek nat is, dat je op het marktplein over kinderkopjes moet dokkeren. In de 22 kilometer na Aire-sur-la-Lys, slinger je door vloeiende bochten over betere en bredere banen, om daarna terug het open landschap in te sturen.

Oude steenkoolmijn

Amper tien kilometer verder duikt een opmerkelijk stukje industriële geschiedenis op: la Fosse 1–1 bis. Mijnbouwmaatschappij Lys-Supérieure begon hier in Fléchinelle in 1855 met de aanleg van een mijnschacht. De steenkoolhoudende lagen werden in april 1858 bereikt op een diepte van 127,23 meter. In de eerste twintig jaar werd via deze schacht maar liefst 473.772 ton steenkool gewonnen.

Na het faillissement van Lys-Supérieure in 1884, werd de ontginning overgenomen door maatschappij Lières, die 10 jaar later zelf de boeken moest neerleggen. Uiteindelijk kwam de mijn in handen van Ligny-lès-Aire, die er een tweede schacht aan toevoegde: schacht 1 bis. De oorspronkelijke schacht werd uiteindelijk in augustus 1928 definitief gesloten. In 1950 sloot de gehele mijn haar deuren.

Vandaag is er van de vroegere bedrijvigheid nog maar weinig over. Toch vormt Fosse 1–1 bis een stille herinnering aan een periode waarin steenkool de economie en het landschap van Noord-Frankrijk voor goed veranderde. De bijhorende mijnsteenberg, Terril nr. 244, is sinds 2012 ook erkend UNESCO-werelderfgoed.

De bron van de Leie

Net voor Aire-sur-la-Lys steken we de grens met Artesië over. Na de annexatie door Frankrijk in 1659 werd Artesië een zelfstandige Franse provincie onder het Ancien Régime. Vandaag is het vooral het landschap dat een overgang aankondigt: uitgestrekt, licht glooiend en met brede vergezichten.

Zo'n 22 kilometer na Aire-sur-la-Lys rijden we het onooglijke dorpje Lisbourg binnen. Op het eerste gezicht is dit niet meer dan een verzameling huizen, maar hier bevindt zich een opmerkelijk geografisch fenomeen: in één van de achtertuinen van dit dorp ontspringt de bron van de machtige Leie. Dit is een artesische bron: het water komt hier als vanzelf naar de oppervlakte dankzij de hydrostatische druk die ontstaat in een ondergronds bekken. Het water van een artesische bron is afkomstig uit een afgesloten aquifer, een watervoerende laag die tussen minder doorlatende aardlagen zit.

Van hieruit begint de Leie aan haar 200 kilometer lange tocht richting België, om uit te monden in de Schelde. De Leie speelt sinds oudsher een sleutelrol in de vlasnijverheid. Het water bevat weinig kalk en ijzer, waardoor het bijzonder geschikt is voor het roten van vlas, het proces waarin de vezels van de plant losgeweekt worden voor verdere verwerking. Het gerote vlas gaf het water daarbij een bijzondere, goudkleurige glans. Zo kreeg de Leie haar poëtische bijnaam: de Gouden Rivier. Een mooie gedachte om mee te nemen terwijl we de jonge Leie verder volgen.

Geschutskoepel voor V2’s

Na enkele kilometers rijden we terug over ruime, brede wegen met goed asfalt. Voor Saint Omer stoppen we bij La Coupole, een restant van de Tweede Wereldoorlog. Het is een bunker met een koepel met een diameter van 71 meter. Een groot deel van de bunker bevindt zich ondergronds en was bestemd voor het opslaan en lanceerklaar maken van vijfhonderd V2-raketten. De plek werd uitgekozen omdat ze langs de spoorbaan Calais - Boulogne-sur-Mer lag.

De aanleg van de installatie werd ontdekt via luchtfoto's, waarna de geallieerden het gebied zwaar begonnen te bombarderen. Tijdens de laatste vijf maanden van de bouw van La Coupole, voerde de RAF verschillende luchtaanvallen uit. Dat duidde voor de nazi’s hoe kwetsbaar de installatie was, waardoor besloten werd om de V2’s te lanceren vanop mobiele platformen. Daarom is La Coupole uiteindelijk nooit in gebruik genomen. De bouw werden in juli 1944 stopgezet. Tegenwoordig wordt La Coupole ingezet als museum.

Blockhaus van Éperlecques

Na Saint-Omer loopt de route al snel het bos van Eperlecques in. Midden in dit bos bevindt zich een van de meest indrukwekkende Duitse bouwwerken uit de Tweede Wereldoorlog: het Blockhaus van Eperlecques. De Duitse strijdkrachten gaven de installatie de codenaam Kraftwerk Nord West, vrij vertaald: Energiecentrale Noordwest.

De bouw van het Blockhaus startte in maart 1943 en liep door tot juli 1944. Net zoals La Coupole was dit bouwwerk bedoeld om V2-raketten op te slaan en klaar te maken, maar uiteindelijk heeft geen van beide bouwwerken ooit zijn functie kunnen vervullen. In het Blockhaus moest ook een fabriek komen voor de productie van vloeibare zuurstof, een essentieel onderdeel van de brandstof voor de V2-raketten. Om de aanvoer van voorraden vanuit Duitsland mogelijk te maken, werd bovendien een bomvrij treinstation voorzien. Het geheel moest zo een vrijwel zelfstandig logistiek centrum voor het Duitse V-wapenprogramma worden. Maar ook hier gooiden de geallieerde bombardementen roet in het eten. De enorme bunker liep zware schade op en werd uiteindelijk nooit volledig afgewerkt.

Wat vandaag nog overeind staat, geeft echter een goed beeld van de gigantische schaal van deze installatie. De combinatie van bunker, ondergrondse infrastructuur en de omliggende terreinen maakt duidelijk dat dit veel meer moest worden dan alleen een lanceerplaats, en dat ontdekten de geallieerden pas na het einde van de oorlog. Tegenwoordig maakt het Blockhaus deel uit van een museum dat de geschiedenis van de bunker en het Duitse V-wapenprogramma vertelt.

Vlaanderen in Frankrijk

Een route door een bijna vergeten stukje Vlaanderen, maar dan in Frankrijk. Een streek die verrassend dichtbij ligt en daardoor ideaal is wanneer de tijd wat beperkt is, maar waar je tegelijk voldoende mogelijkheden vindt om er een toeristische uitstap van te maken.

Het mooie aan deze route is dat geschiedenis nooit ver weg is. Soms staat ze prominent langs de weg, soms moet je er even naar zoeken. En tussendoor zijn er voldoende landelijke wegen om vooral ook te doen waarvoor we op de motor zijn gestapt: rijden, genieten en ontdekken.

Tekst: Wim Depraetere

Foto’s: Pieter Pacques

Geschreven op 3 september 2026
© Motoren & Toerisme