Rij-indruk: Ducati Hypermotard V2 SP

Verboden vrucht

Wat is eigenlijk de bestaansreden van deze motor? Die vraag blijft door mijn hoofd spoken nadat ik een week met de Ducati Hypermotard V2 SP heb gereden. Het is een motor met een uitgesproken uiterlijk, die lak heeft aan rationaliteit en zich maar moeilijk in een hokje laat duwen. Ducati presenteert hem bovendien met de meest spectaculaire persplaten, waarop je je afvraagt of voor deze Italiaan dezelfde wetten van de fysica gelden als voor de rest van ons. De ambitie om die beelden na te bootsen heb ik niet, maar deze week wil ik vooral proberen ontdekken wat puur rijplezier nu eigenlijk echt betekent.

Het liefst van al zou ik deze motor in mijn busje laden en richting de Italiaanse Alpen trekken, om er - net als twee jaar geleden met de Hypermotard Mono - elke haarspeldbocht te veroveren. Door gebrek aan tijd en budget blijf ik deze keer echter dichter bij huis. Niet eens zo'n slechte keuze, want Antwerpen is naar mijn gevoel precies het soort omgeving waarin deze motor uitstekend tot zijn recht komt. Iets verderop zoek ik ook de pittoreske polders van het Verdronken Land van Saeftinghe op, mijn dichtstbijzijnde go-to-bestemming voor een dag motorrijden.

Copy-paste

Ducati neemt platformbouw behoorlijk serieus en introduceert met deze Hypermotard V2 zijn zesde model met het V2-motorblok. De Streetfighter V2 is ondertussen de enige in dat rijtje die ik nog niet heb getest. Gelukkig is dat motorblok een voltreffer, waardoor ik mijn teksten van de vorige vijf tests bijna gewoon zou kunnen kopiëren en plakken. Met hier en daar een nuance, uiteraard.

Zo is de V2 in de Hypermotard iets krachtiger dan in bijvoorbeeld de Monster. Met 120 pk en 94 Nm kom je dan ook nooit vermogen tekort. Geef je hem de sporen, dan sleurt het apparaat de stenen uit de grond. Wat ik echter het meest apprecieer, is de combinatie van dat rauwe kantje met een verrassend goede dagelijkse inzetbaarheid. Ook bij lage toerentallen reageert de motor soepel op het gas. Een hedendaags motorblok dat, niet geheel toevallig, perfect geschikt is voor een breed gamma aan modellen.

Blikvanger

Ducati maakt het potentiële kopers van de Hypermotard helaas niet gemakkelijk. Bij de introductie op EICMA in Milaan vorig jaar werden meteen twee versies voorgesteld: de standaard Hypermotard V2 en deze SP. Hoewel de lijnen van de motor meer dan geslaagd zijn, doet de standaardversie in Ducati Red voor mij maar weinig. Een beetje schouderophalend “meh”, eerlijk gezegd. Er lijkt iets te ontbreken.

Ducati Hypermotard V2
Motor: vloeistofgekoelde tweecilinder L-twin viertakt
CI: 891 cc
Rijklaar gewicht: 180kg
Vanaf: € 15.790,00
Ducati Hypermotard V2 SP
Motor: vloeistofgekoelde tweecilinder L-twin viertakt
CI: 891 cc
Rijklaar gewicht: 177kg
Vanaf: € 19.990,00

Voor dat gemis heeft Ducati gelukkig meteen een oplossing klaar: de SP. Die is op alle vlakken aangescherpt, maar ziet er vooral een stuk beter uit. De gekkigheid die ik bij de gewone versie mis, is hier volop aanwezig. Denk aan het felrode zadel, de lichtere witte velgen en de goudkleurige Öhlins-vering. De stickerset schreeuwt al helemaal om aandacht. Met deze motor wil je gezien worden, en dat is helemaal prima.

Ook de nieuwe led-signatuur vooraan helpt daarbij. Zie je die in je achteruitkijkspiegel, dan ga je waarschijnlijk vanzelf aan de kant. De dubbele uitlaat onder het subframe is eveneens een geslaagde designkeuze. Voor wie het allemaal nog wat luider en Italiaanser wil, is die bovendien ook verkrijgbaar van Termignoni.

Aanstoker

Om het dagelijks gebruik te testen, rij ik wat rond in Antwerpen. Tot het me plots begint te dagen: deze motor haalt het slechtste in mij naar boven. Ik heb al vaker geschreven over de invloed die een motor op mijn rijstijl kan hebben, maar hoe komt dat toch? Is het de perceptie die door de spectaculaire persplaten wordt gecreëerd en die ergens diep in mijn onderbewustzijn blijft hangen? Of is het simpelweg de combinatie van zithouding en motorblok die zorgt voor deze persoonlijke metamorfose?

Op de Hypermotard zit je echt óp de motor, in een soort natuurlijke aanvalspositie. De motor is lekker licht, compact en vrij van overbodige franjes. Ook het V2-blok is, zoals eerder gezegd, een stiekeme aanstoker die je voortdurend influistert om net iets langer door te trekken dan eigenlijk mag. De perfect werkende quickshifter helpt daar uiteraard ook bij.

En dan zijn er nog de momenten waarop ik langs een reflecterende etalageruit rijd. Eén blik op het prachtige silhouet van de Hypermotard en ik word helemaal wild. Stiekem ben ik dan toch een beetje trots op mijn machine, ook al weet ik dat deze Italiaanse droom slechts een week duurt. Persoonlijk is de motor qua afmetingen net iets te klein voor mijn lichaamsproporties. Al vermoed ik dat de Hypermotard in een omgekeerde wereld net hetzelfde over mij zou schrijven. Het verbaast me trouwens dat Ducati überhaupt passagierssteunen heeft gemonteerd, terwijl handgrepen volledig ontbreken. Op de Hypermotard Mono waren die er bijvoorbeeld helemaal niet. Dat doet toch vermoeden dat Ducati ergens verwacht dat je af en toe iemand achterop meeneemt. Veel moed aan die passagier.

Wat een plaatje

Tegen de stroom

Dat deze motor swingend door Antwerpen danst, is eigenlijk geen verrassing. Maar hoe doet hij het buiten de stad? De snelweg is alleszins geen feest. Waar je in de stad nog de grote man bent, hang je op de autostrade tegen 110 km/u op de rechterrijstrook omdat je simpelweg geen zin hebt in die felle tegenwind. Gelukkig is het van korte duur en duik ik al snel de velden in.

Niet dat het hier overdreven bochtig wordt, maar dit is nu eenmaal het beste wat ik in de buurt kan vinden. En toegegeven: precies daar stelt de Hypermotard me lichtjes teleur. Hoewel deze motor de reputatie heeft van een absolute bochtenkoning, ervaar ik een soort ongemak waardoor mijn vertrouwen aan de voorkant nooit helemaal groot genoeg wordt om me voluit in de bochten te smijten. Het is iets dat me ook bij de Hypermotard Mono al lichtjes opviel. Eigenlijk past het in een trend die me al langer bezighoudt, maar die enigszins tegen de stroom ingaat.

Ik heb namelijk steeds vaker het gevoel – of beter: het vertrouwen – dat ik met een hoogpoter harder een bocht in durf dan met een motor als deze, of met een naked in het algemeen. Ik durf zelfs oprecht te stellen dat ik met een Ducati Multistrada V2 S harder door een bocht ga dan met deze Hypermotard. Terwijl je net het tegenovergestelde zou verwachten.

Ik kan er moeilijk de vinger op leggen. Misschien is het simpelweg een kwestie van gewenning, omdat ik doorgaans meer met hoogpoters rijd dan met sportievere motoren als deze. Misschien moet ik mijn rijtechniek aanpassen aan dit soort motoren, met die kleinere voorvelg. Het neemt allemaal niet weg dat ik me kostelijk amuseer. Maar dat honderd procent vertrouwen in de voorkant? Dat komt nooit helemaal.

Supermoto-modus?

Net als alle andere V2-modellen heeft ook deze Hypermotard alle elektronica aan boord die je vandaag mag verwachten. Bovendien kun je zowat alles finetunen en onderbrengen in verschillende rijmodi. Zo is er een Race-modus, al had ik persoonlijk graag een echte Supermoto-modus gezien, zoals bij KTM, waarbij de tractiecontrole is uitgeschakeld net als het ABS op het achterwiel.

Want meer dan bij andere motoren voelt de aanwezigheid van al die elektronica op deze Hypermotard een beetje ongepast. Gelukkig is het slechts een kwestie van seconden om de instellingen aan te passen, zodat je de achterkant bij het remmen alsnog kan laten uitbreken. Ongepast, absoluut. Maar nogmaals: deze motor heeft een slechte invloed op mij. Gelukkig beperk ik dat soort fratsen tot plaatsen zonder toeschouwers en uiteraard onder het professionele excuus dat ook dit aspect grondig getest moet worden.

Verder is het goed om te weten dat deze motor, net als de andere modellen met het V2-motorblok, ook verkrijgbaar is in een A2-versie. Al blijf ik mijn mantra herhalen: het is doodzonde om zo'n motorblok dicht te knijpen.

Conclusie

Ik kom terug bij mijn initiële vraag: wat is de bestaansreden van deze motor? In zekere zin is de Hypermotard een veredelde naked. Je hebt tenslotte al de Monster V2 en Streetfighter V2, die volgens een ruime interpretatie hetzelfde doel nastreven maar wel gevoelig goedkoper zijn. Het lijkt op het eerste gezicht een vorm van Italiaanse gekkigheid. En misschien is het dat ook. In mijn ogen is het vooral een héél coole motor die rijplezier resoluut bovenaan de prioriteitenlijst zet.

Comfort staat helemaal onderaan, maar ik vermoed dat de Ducati-ingenieurs daar ook geen slaap over hebben verloren. De Hypermotard is in de eerste plaats een hebbeding. Of beter: je koopt niet alleen de motor, maar ook het beeld dat eromheen hangt. Dat van zijwaarts over een circuit glijden, terwijl waarschijnlijk nog niet één procent van de motorrijders dit daadwerkelijk kan. Laat staan dat het op de openbare weg een goed idee is.

Maar uiteindelijk doen wel meer motoren precies hetzelfde. Daarmee wordt de vraag naar hun bestaansreden eigenlijk redelijk irrelevant. Kijk maar naar de populariteit van allroads, die ons het beeld verkopen van een rondvliegende Pol Tarres in een verre woestijn, terwijl de gemiddelde Ténéré-eigenaar er vooral mee naar de bakker rijdt. Ook met deze dikke Hypermotard koop je voor vooral een beeld van wat mogelijk is. Het is dat beeld, in combinatie met het karakter van de motor, dat invloed heeft op je rijgedrag. En precies daarom voelt deze Ducati voor mij als een verboden vrucht. Helaas is het ook een prijzige vrucht. Voor de SP-versie mag je net geen 20.000 euro achterlaten. De standaardversie is met € 15.790 gevoelig goedkoper, maar laat ons eerlijk zijn: je wilt en moet gewoon die SP hebben. Het lijkt me dan ook geen evidente keuze om voor te staan. First world problems.

Tekst & foto's: Charly de Kinderen

Geschreven op 3 september 2026
© Motoren & Toerisme