Interview: de zon achterna op een oude Yamaha

In gesprek met Heleen Corthouts

Wat doe je als je de kou beu bent? Dan rij je gewoon naar het zuiden. Desnoods helemaal tot in Marokko. Het is een romantisch idee waar veel motorrijders van dromen, maar dat uiteindelijk zelden werkelijkheid wordt. Voor de 27-jarige Heleen Corthouts werd het wél realiteit. Op haar oude Yamaha XT 600 Ténéré trok ze alleen richting Afrika, zonder plan, maar met een groot verlangen naar vrijheid en zon. We ontmoeten haar in Limburg, haar thuis wanneer ze even terug in België is, voor een koffie, een babbel en een korte rit door de bossen rond Bokrijk.

M&T: Laten we beginnen bij het begin: wie of wat heeft jou aan het motorrijden gekregen?

Heleen: “Er was geen concrete aanleiding eigenlijk. Ik was 22 en zat op Erasmus in Leipzig toen plots de coronapandemie uitbrak. Er viel niet veel meer te beleven en op een dag zag ik op straat een oude Suzuki SP370 te koop staan. Die motor maakte meteen iets los in mij. Een sympathieke motor, niet te zwaar, niet te serieus en vooral iets waar je zelf nog aan kan sleutelen. Het zaadje was geplant. Niet veel later kocht ik er zelf eentje, terwijl ik nog niet eens mijn rijbewijs had. Dat rijbewijs volgde gelukkig snel en daarna volgden nog sneller mijn eerste avonturen.”

Hoe kwam je dan uiteindelijk bij die Yamaha XT terecht?

“Dat was grappig eigenlijk, want ik was opnieuw op Erasmus. Deze keer zat ik in Marseille, toen ik een Yamaha XT 600 te koop zag staan. Weer hetzelfde verhaal: ik was meteen verkocht aan de tijdloze charme van deze tweewieler. Zo’n motor straalt eenvoud uit. Niets in overdaad, geen elektronica, gewoon rijden. Niet veel later kocht ik zelf een XT van een vriendelijke man uit Brugge.”

Dat eenvoudige karakter is voor jou een belangrijk onderdeel van de charme?

“Dat klopt. Ik sleutel ook volledig zelf aan mijn motor, met vallen en opstaan natuurlijk. Mijn XT is nog nooit naar een garage geweest, dat vind ik net het leuke eraan. Bij moderne motoren lijkt mij dat bijna onmogelijk geworden, met al die elektronica. Dat houdt mij eerlijk gezegd ook een beetje tegen om ooit iets moderns te kopen.

Op deze XT is het ook geen ramp als er eens een kras of schram bijkomt. Dat hoort gewoon bij het verhaal van zo’n motor. Ik heb er zelfs zelf een klein windscherm uit glasvezel voor gemaakt. Alles kan, en alles mag een beetje improvisatie zijn. Daardoor kan ik ook echt een stukje van mijn eigen persoonlijkheid in de motor steken. Ook dat is op moderne motoren steeds minder vanzelfsprekend.”

Je outfit oogt trouwens ook behoorlijk retro, hoe zit dat?

Ze lacht: “Klopt, bijna alles is tweedehands. Deze oude laarzen van Alpinestars bijvoorbeeld, en mijn jas van Belstaff ook. Eigenlijk is dat opnieuw hetzelfde verhaal als met de motor. Ik hou van spullen met karakter, dingen waar al een beetje leven in zit. Een splinternieuwe outfit zou gewoon vloeken op een motor als deze.”

Haar blik glijdt even langs de XT en ze glimlacht.

“Niets hoeft perfect te zijn. Integendeel zelfs. Kleine gebruikssporen, een versleten randje, een oude look … dat maakt dingen mooi. In mijn atelier ben ik bijvoorbeeld ook graag bezig met analoge fotografie. Ik hou van het volledige proces daarachter, niet alleen van het eindresultaat. Het gevoel, het wachten, de kleine foutjes die er soms bij horen… dat kan je gewoon niet vergelijken met digitale fotografie.

En eigenlijk kan je diezelfde analogie perfect doortrekken naar motoren. Moderne motoren zijn technisch misschien beter, sneller en efficiënter, maar op zo’n oude XT voel je veel meer karakter en beleving. Alles is puur en tastbaar.”

Je hebt de motor, de mindset en het rijbewijs. Maar hoe beland je dan uiteindelijk in Marokko?

“Ik had mijn oude Yamaha en mijn vriend reed toen met een oude Volvo 940. Oorspronkelijk wilden we gewoon richting de Camargue rjjden, maar hij speelde al langer met het idee om zelf cider te maken. En wie cider wil, moet natuurlijk in Asturië zijn. Plots veranderde ons plan volledig.

En eerlijk? Asturië was een openbaring. Het landschap daar … de combinatie van groene bergen, ruige kustlijnen en de zee. We waren meteen verliefd op de streek. Alleen was het eind september en warm was het allerminst. Ik wilde blijven motorrijden, maar ik had het gewoon voortdurend koud.”

Dus nam Heleen afscheid van haar vriend om verder zuidwaarts te rijden. Alleen.

“Ik ben letterlijk gewoon blijven doorrijden. Altijd maar verder naar beneden, richting de zon en de warmte. Dat gevoel van vrijheid was verslavend.”

Onderweg wisselde ze nachten in een klein tentje af met hostels. In één van die hostels wachtte haar een wel erg bijzondere ontmoeting.

“In het Spaanse Ronda kwam ik plots op straat iemand tegen die me helemaal van mijn melk bracht,” lacht ze. “Net voor mijn vertrek had ik het boek gelezen van Elspeth Beard, een Britse vrouw die als één van de eerste vrouwen solo de wereld rondreed met een motor. En wie stond daar plots voor mijn neus? Jawel: Elspeth Beard.

Ik was compleet starstruck, maar ik moest haar natuurlijk aanspreken. Ik vertelde over mijn reisplannen, waarna Elspeth en haar Australische man me meteen uitnodigden om samen iets te gaan drinken in de stad. Zij waren zelf in Ronda om motoren te huren en wat rond te rijden.”

Interview: Elspeth Beard, de eerste Britse vrouw die de wereld rondreed

Toeval wil dat de Elspeth Beard, Brits motoravonturier en tevens een idool van Heleen, vorig jaar voor onze camera stond.

Gaf ze bruikbare tips mee voor jouw trip naar Marokko?

“Ze gaf mij eigenlijk één heel belangrijke tip: het avontuur begint volgens haar pas écht wanneer de dingen fout beginnen lopen. Niet meteen panikeren dus. Gewoon rustig blijven en oplossingen zoeken. Ze zei ook dat je op deze reizen leert om je plan te trekken. Er is altijd wel een oplossing, alleen moet je jezelf soms tijd geven om ze te vinden.

Ze zei ook dat ik niet te veel mocht nadenken over het feit dat ik een vrouw ben. Dat ik mezelf daardoor niet mocht laten tegenhouden in mijn plannen. Dat vond ik wel mooi.”

En wat zou je zelf zeggen tegen mensen die dromen van zo’n reis?

“Gewoon doen”, antwoordt ze zonder aarzelen. “We denken allemaal veel te veel na. Natuurlijk zijn er risico’s en onzekerheden, maar soms moet je gewoon vertrekken. Niet alles plannen tot het kapot is. Laat de reis een beetje naar je toe komen en leef van dag tot dag. Uiteindelijk zijn het vaak de kleine, onverwachte momenten die je het langst bijblijven.”

Weet je al waar de volgende trip heen gaat?

Heleen schiet in de lach: “ik zei toch net dat ik van dag tot dag leef?”

Nog voor ze haar zin helemaal heeft uitgesproken rinkelt haar telefoon en schiet ze recht.

“Ik moet door! De hond van mijn vriend is ontsnapt!”

En weg is ze. Helm op, een druk op de starter en de oude XT komt tot leven. Niet veel later verdwijnt ze in een stofwolk, alsof ze elk moment opnieuw richting het zuiden kan vertrekken. “Wacht!” roep ik haar nog na. “Hoe was het nu eigenlijk in Marokko?”

Maar het antwoord verdwijnt samen met het geluid van de eencilinder in de verte. Misschien is dat ook net hoe zo’n verhaal hoort te eindigen. Zonder slot, maar met het gevoel dat Heleens avontuur eigenlijk nog altijd bezig is.

Lees je dit artikel liever op papier?

Je vindt het in het juninummer van Motoren & Toerisme.

Tekst: Charly de Kinderen

Foto's: Vincent Koevoets, Heleen Corthouts

Geschreven op 2 oktober 2026
© Motoren & Toerisme