Oud vs. nieuw: Ducati DesertX en Cagiva Elefant 750

De Ducati DesertX is prachtig om naar te kijken. Met z’n ronde koplampen en wit-rode kleurstelling, willen de designers herinneringen oproepen van de Ducati’s die in de jaren negentig de Afrikaanse duinen overwonnen in de Dakar-rally. Alleen waren dat toen helemaal geen Ducati’s, maar wel Cagiva’s. Hoe zat dat ook alweer? En heeft de moderne DesertX buiten zijn looks nog iets gemeen met zijn stamvaders? Een korte geschiedenisles en een emotionele vergelijkingstest.

Cagiva is een begrip in motorland, maar wel een dat van betekenis verandert afhankelijk van wie er tegenover je zit. Als ik Cagiva lees, dan denk ik aan de Mito 125. Dat was immers de ultieme A1-motor toen ik zelf begon te motorrijden. Als onze fotograaf Bob Van Mol aan Cagiva denkt, dan denkt hij aan zijn oude Elefant 750. Die had hij ooit in de schuur staan, en telkens hij terugdenkt aan die motor verschijnt er een fonkeling in zijn ogen. Het is een merk dat iets losweekt bij motorrijders van alle generaties, zoveel is duidelijk.

Castiglioni

Cagiva staat voor Castiglioni Giovanni Varese. Ongeacht tot welke generatie jij als lezer behoort, zal die woordencombinatie op z’n minst een belletje doen rinkelen. Ik ga je de uitgebreide geschiedenis van de ondernemersfamilie Castiglioni besparen, maar weet dat zij een niet te onderschatten rol hebben gehad in de Europese motormarkt zoals wij die vandaag kennen.

In 1978 begon Cagiva z’n eerste motoren te produceren vanuit de Aermacchi/AMF-Harley-Davidson-fabriek in Varese. Daar legden ze het fundament voor een groep die uiteindelijk merken als Ducati, Moto Morini, Husqvarna en MV Agusta zou gaan overnemen. Al is redden misschien een beter woord dan overnemen, want als de Castiglioni’s Ducati niet gekocht hadden in 1985, dan zou er van dat merk wellicht geen sprake meer zijn. Een alternatieve geschiedenis die alle motorrijders moet doen huiveren …

De olifant

Vandaag wil ik het specifiek over één bijzonder model van Cagiva hebben: de Elefant. Een model dat onlosmakelijk verbonden is met de Dakar-rally. Cagiva gebruikte echter al een olifant in zijn bedrijfslogo, jaren voor ze deelnamen aan de rally. Het dier stond symbool voor kracht, stabiliteit en betrouwbaarheid. De ideale huismascotte dus, en daarom mocht de naam vanaf 1984 ook dienen als modelnaam voor een nieuwe reeks trailmachines tussen 125cc en 900cc.

De eerste Elefant was een 125cc tweetakt.

Erfenis van de Dakar

In 1985 nam Cagiva voor het eerst deel aan de Dakar. Rallylegende Hubert Auriol mocht de spits afbijten op een Elefant-prototype met een 748cc L-twinmotor van Ducati. Dat lijkt misschien een vreemde keuze, maar het blok bleek uitstekend te presteren in de extreme omstandigheden van de Dakar. Cagiva eindigde in zijn debuutjaar meteen in de top tien, maar het zou nog enkele jaren duren voor ze hun eerste zege behaalden. In 1990 was het zover: de Italiaanse piloot Edi Orioli won de Dakar. Zijn Cagiva Elefant met dubbele ronde koplampen, Luck Explorer-kleuren en Ducati-motorblok, werd na de overwinning hét symbool voor de Italiaanse dominantie in de woestijn.

De motor waarmee Orioli in 1990 de Dakar rally won.

Orioli’s overwinning luidde een gouden tijdperk in voor de Italianen in de rallysport. Fabrikanten worden er tot op de dag van vandaag door geïnspireerd, in die mate dat er momenteel twee motoren op de markt zijn waarvan het design gebaseerd is op de iconische Elefant: de MV Agusta LXP Orioli en de Ducati DesertX. Die laatste werd dit jaar volledig herontworpen en voorzien van het V2-blok, en daarom is de tijd rijp om hem eens tegenover zijn stamvader te zetten. Opgelet: dit is niet de meest objectieve test, maar als we de Italianen mogen geloven is er niets mis met wat “emozione”. Avanti!

Gegeerd goed

Mijn zoektocht naar een Cagiva Elefant begon op het internet. Idealiter gingen we met een Elefant 900 op pad, het model dat gelanceerd werd ter ere van Orioli’s Dakar-overwinning, maar die zijn de laatste jaren enorm zeldzaam geworden in ons land. Een Elefant 750 vond ik wel, in de werkplaats van Rescycles, een firma die zich specialiseert in het herstellen en restaureren van klassieke motoren. Eigenaar Koen had een mooie, originele Cagiva Elefant 750 staan – in die iconische Lucky Explorer-kleuren nog wel!

Maar nog voor ik een afspraak kan vastleggen met hem, komt er al nieuws. “Sorry, de Elefant is verkocht. Hij gaat morgen op een boot richting Amerika! Maar ik heb ondertussen al een andere 750 gekocht”, klinkt het.  Ja ja, ook die 750’s zijn dus een gegeerd goed.

Italiaanse streken

De motor waar we vandaag mee op pad gaan is een Elefant 750 van de tweede generatie, een “bifaro” met de typerende dubbele koplamp. Dit exemplaar staat niet in de originele lak, maar de vorige eigenaar heeft zijn eigen interpretatie gemaakt van de Lucky Explorer-livery. Vanwege het gebrek aan rood in de topkuip, lijkt deze motor zelfs meer op de 900 dan de 750. Meer nog: de UPSD-voorvork en bredere gouden velgen komen effectief van een Elefant 900. Het is dus een frankensteinmachine, maar dat sluit nog wel goed aan bij de Dakar-gedachte.

Koen en ik rijden een halve dag door het Brugse Ommeland, op zoek naar mooie plekken waar we deze fotogenieke hoogpoters naast elkaar kunnen zetten. De vergelijking begint al meteen wanneer we vertrekkensklaar staan. Koen heeft de Cagiva nog maar net en de batterij is nog niet vervangen. De motor heeft dus enkele rotaties van de elektrische starter nodig voor hij effectief aanslaat. Gek genoeg heeft de hypermoderne Ducati daar ook wat last van. Daar staan we dan: van zen *tsjuka tsjuka tsjuka*, terwijl we onze Italianen proberen wakker te schudden.

Subtiele knipoog

Wanneer we de motoren even later parkeren in de tuin van het Tudor-kasteel, kunnen we rustig bezinnen over de looks. De nieuwe generatie DesertX oogt een heel stuk hedendaagser dan de vorige, en toont om die reden ook steeds minder visuele gelijkenissen met de Cagiva. De ronde koplampen werden afgevlakt, waardoor hij een ietwat cartoonesque look heeft. Het witte kuipwerk loopt nu ook minder ver naar beneden dan voordien, terwijl net dat een gelijkenis was met de Cagiva. En dan heb je natuurlijk het motorblok: waar je bij de vorige DesertX nog een cilinderkop zag zitten onder de radiator, is de v-twin nu helemaal verstopt.

Hier en daar is er nog wel een knipoogje naar het verleden zichtbaar. In de wit-rode kleurstelling bijvoorbeeld, maar ook in de windhappers in het kuipwerk. Het windscherm, met zwart naar transparante overgang, is dan weer gebaseerd op de originele Dakar-machines.

Rauw karakter

Visueel zijn het dus twee heel verschillende machines geworden, maar ook motorisch liggen ze werelden uit elkaar. De luchtgekoelde L-twin van de Cagiva produceert een bescheiden 60 pk en 60 Nm, terwijl de moderne V2 van Ducati 110 pk en 92 Nm uitbraakt. Qua gewicht zijn ze wel aan elkaar gewaagd, want de Ducati is amper enkele kilo’s zwaarder dan de Cagiva. Maar hoe rijdt dat dan?

Het was alweer een tijd geleden dat ik nog met een klassieker reed en dan voelt het zalig om op deze Cagiva te stappen. De geur van onverbrande benzine en hete olie, de analoge tellerklokken en de rauwe uitlaatroffel uit de Termignoni's katapulteren me terug naar simpelere tijden. Het doet rijden met de Ducati – die naar moderne normen al karaktervol is – aanvoelen als een steriele ervaring. De Cagiva is allesbehalve snel, maar voelt wel zo. Het blok loopt verrassend soepel (zolang je het boven 3.000 toeren houdt), heeft een aangenaam koppel en geeft je voortdurend het gevoel dat je aan een rotvaart onderweg bent. In realiteit gaat versnellen en vertragen natuurlijk aanzienlijk trager dan op de Ducati, maar qua stuurgedrag voelt de Cagiva wel heel modern. Hij stuurt verrassend precies en de vering filtert alle oneffenheden netjes weg. Het chassis voelt stabiel en onverstoorbaar, en in dat opzicht lijkt hij dus nog heel hard op de DesertX.

Wanneer we de bochten opzoeken, valt wel op hoeveel zwaarder de Elefant aanvoelt, terwijl die op papier lichter is dan de DesertX. Dat bewijst vooral hoe goed de Ducati-ingenieurs omgaan met gewicht en massacentralisatie. De DesertX is zwaarder én heeft een 21-inch voorwiel, maar voelt toch vele malen lichter wanneer je hem snel van kant wil wisselen. De magie van moderne techniek.

Conclusie

De Ducati DesertX is een sublieme motor met voortreffelijk weggedrag, en tegelijk ook serieuze offroadcapaciteiten. Ik beaam volledig wat mijn collega Charly schreef, toen hij stelde dat dit een van de enige compromisloze allroads is. Op technisch vlak is het een volmaakte motor. En toch vind ik het jammer dat er voor deze tweede generatie ook aanzienlijk gesleuteld werd aan de look. Hij ziet er moderner uit. Niet slecht, maar wel een stuk alledaagser. Jammer, voor een model waarvan de unieke neo-retrolook net een belangrijk verkoopargument was.

De Cagiva Elefant 750 is een prachtige motor, dat wist ik op voorhand al, maar hij bleek ook verrassend precies en stabiel te sturen. Het blijft een klassieker, dus je zit krapper, je moet je aandacht bij de motor (en de remmen) houden en je zal af en toe langs de kant van de weg het gereedschap moeten bovenhalen. Maar de charme en authenticiteit die je daarvoor terugkrijgt, is onmiskenbaar. Ik zweer dat de Cagiva onderweg meer blikken van voorbijgangers ving dan de Ducati. Het is een klassieke schoonheid met een prachtig verhaal erachter, en dus een motor die zal rijpen als een oude wijn. Wie ooit de kans krijgt om er eentje aan te schaffen, is er maar beter snel bij. Ook het exemplaar op onze foto’s is inmiddels al verkocht.

Een schietgebedje is geen overbodige luxe wanneer je met een oude Italiaanse motor onderweg bent.

Tekst: Maarten Van Caesbroeck

Foto's: Thomas De Boever

Met dank aan Koen Dedeurwaerder van Rescycles.

Geschreven op 19 juni 2026
© Motoren & Toerisme