De voortdurende evolutie van batterijen zorgt er eveneens voor dat onze elektrische voertuigen een bredere functie zullen krijgen dan louter transport. Het ‘vehicle-to-grid’ of ‘vehicle-to-home’ principe zal een belangrijk onderdeel worden van de totale elektrische transitie. Zo zouden onze elektrische voertuigen ook elektriciteit kunnen teruggeven aan het net, of net als thuis- of kantoorbatterij kunnen dienen voor onze dagelijkse energiebehoeften. De optelsom van dit alles betekent dat de total cost-of-ownership zal dalen, en dat elektrische voertuigen dus toegankelijker zouden moeten worden. Vanuit die redenering is Bastiaan ervan overtuigd dat de toekomst bij elektrisch rijden ligt.
Maar er zijn ook bedreigingen. De grootste bedreiging zijn volgens Reymer de monopolies die momenteel bestaan op de ontginning van de grondstoffen die we nodig hebben voor batterijproductie. En dan gaat het niet enkel over lithium en kobalt. Vanuit dat oogpunt zal er, vooral in onze Westerse wereld, nog meer moeten ingezet worden op de recyclage van batterijen en grondstoffen. Door recyclage zouden grondstoffen uit mobiele applicaties omgezet kunnen worden naar gebruik in stationaire applicaties, en worden we zo minder afhankelijk van de ontginning van nieuwe grondstoffen.
Wat je ook wil concluderen uit het verhaal van Verge, één ding lijkt ons duidelijk: het is slechts een kleine rimpeling in een grote rivier van wetenschappelijke vernieuwing rond batterijen en elektrisch rijden.