Rij-indruk: Suzuki DR-Z4S | SM

Multi-inzetbaar gereedschap

De DR-Z400 was decennialang een icoon in het gamma van Suzuki. Nu is de kleine alleskunner terug in twee gedaanten, voor verschillende soorten ondergrond: de DR-Z4S is een capabele offroadmachine, de DR-Z4SM een echte asfaltsurfer. Met deze moderne interpretatie van een klassiek concept, wil Suzuki een nieuwe generatie rijders warm maken voor de lichte, veelzijdige eencilinder.

Qua design zijn beide DR’en typische offroaders: smal gebouwd, met een slank zadel, en een hoog geplaatste uitlaat die boven het blok wegloopt zodat je hem niet beschadigt als je een rots raakt. Voor hetzelfde doel dient de aluminium beschermplaat onder het motorblok. Het hoge voorspatbord voorkomt dan weer dat modder het wiel blokkeert als het profiel van de band volloopt met modder. Vanaf de compacte tank van 8,7 liter lopen twee radiatorcovers naar de hoog geplaatste radiatoren, die zijn uitgerust met lamellen tegen steenslag.

Familietrekjes

De familietrekjes zijn onmiskenbaar. Beide motoren hebben een klein koplampmasker met een felle, priemende projectielamp. Achter het masker bevindt zich een klein LCD-dashboard. Dat is een kleine teleurstelling: als je bedenkt dat de meeste concurrenten vandaag de dag een fraai kleuren TFT-dashboard bieden, maak je met zo’n monochroom dashboard toch een beetje een gedateerde indruk. Pluspunt is dat het alle essentiële informatie toont: snelheid, tankinhoud, tijd, ingeschakelde versnelling, kilometerstand, tripstand en de ingeschakelde modi van de tractiecontrole en de motorkarakteristiek. Het Suzuki Intelligent Ride System kent namelijk drie motormodi: sportief, normaal en soepel. De tractiecontrole heeft naast twee interventieniveaus ook een speciale Gravel-modus. Die tractiecontrole kan je trouwens uitschakelen. Ook het ABS op het achterwiel kan je op beide machines uitzetten – bij de S kan je het zelfs helemaal uitschakelen.

Toch zijn er ook verschillen: in plaats van een 21-inch voorwiel heeft de SM een 17-inch velg met een sportieve Dunlop-straatband in plaats van de IRC-noppenband. Achteraan meet het wiel bij de SM eveneens 17 inch in plaats van 18 inch. Ook heeft de SM een semi-zwevend gelagerde 310mm-schijfrem vooraan, terwijl de S het doet met een 270-millimeter-exemplaar – in beide gevallen met een tweezuigerremklauw. De SM heeft bovendien wat kortere veerwegen, wat resulteert in een 30 mm lagere zithoogte.

Gooi-en-smijt-machine

In het zadel voelt de DR-Z4SM als een echte offroader – al is hij dat natuurlijk niet. Het zadel is smal en vrij stug, wat je na een uurtje rijden wel begint te voelen. De zithouding is vrij rechtop, met de benen comfortabel geplooid mooi vlak langs de tank. Het voelt goed en al snel merk je dat de SM een heerlijke gooi-en-smijt-machine is. Dankzij het lage gewicht en het superbrede, conisch gevormde stuur laat hij zich in bochtencombinaties moeiteloos van bocht naar bocht. Dit is een motor die vraagt om een sportieve rijstijl, ook door de uitstekende vering. Die strijkt zelfs de kleinste oneffenheden glad en vangt de grotere soepel op, zonder hinderlijk deinen. Dat geeft je al snel het vertrouwen om net een tikkeltje vlotter door de bocht te gaan dan je anders gedaan zou hebben. Dat geldt dan vooral voor de B-Modus, waarin de gasreactie fijner doseerbaar is, en je midden in de bocht gemakkelijk wat gas kan bijgeven zonder dat je meteen een schop onder je kont krijgt. Een schop die je wel voelt wanneer je de A-modus inschakelt. Dan is de gasreactie vooral hoog in de toeren erg direct en fel, zeker voor een 400.

Knappe koppeling

Van een 400cc-motor mag je natuurlijk geen wonderen verwachten, maar toch voelen de DR’en behoorlijk vlot aan. De eenpitters lopen erg mooi en regelmatig, ook stationair. Zuinig zijn ze ook: wij noteerden ruim 4,5 l/100 km. Het motorblok produceert 37 Nm koppel bij 6.500 opm, met een maximumvermogen van 28 kW (38 pk) bij 8.000 opm. Dat vermogen wordt via het Suzuki Clutch Assist System (SCAS) naar het achterwiel gestuurd. De koppeling werkt met nokken, die de drukplaat naar buiten duwen als je te hard afremt op de motor. Zo kan het achterwiel niet blokkeren als je te ruw terugschakelt en blijft de motor mooi in het spoor. De koppeling heeft ook nokken die het tegenovergestelde doen: als je gas geeft, drukken ze de platen juist harder op elkaar. Daardoor zijn er minder zware koppelingsveren nodig, en kost het minder kracht om de koppeling te bedienen.

Verschil in gearing

De koppeling van de 400cc-motor werkt inderdaad lekker licht en is goed te doseren. De vijfversnellingsbak schakelt soepel en direct, met korte schakelwegen. De DR accelereert in de lage versnellingen lekker vlot, maar je merkt wel dat je vooral in de hogere versnellingen niet te laag in de toeren moet zitten: je kan pas bij 80 km/u doorschakelen naar de vijfde versnelling, daaronder bokt het blok te veel. Daar staat tegenover dat je in drie moeiteloos tot 95 km/u kan doortrekken. Eens je eraan gewend bent, kan je er vlot en heel soepel mee rijden. Opvallend genoeg voelt de 4S iets minder fel aan dan de SM, door een verschil in gearing. De S heeft een grotere achterband en een twee tanden groter achtertandwiel (43 om 41) ter compensatie. Het netto-effect is blijkbaar dat de S toch iets langere versnellingen heeft, waardoor hij een tikkeltje langzamer optrekt. In de praktijk kost hem dat wellicht ook iets aan topsnelheid: ik haalde 143 km per uur in vijf, terwijl mijn zoon Bart op de SM nog iets harder had gekund – als hij mij had kunnen passeren.

Offroadtalent

Ten opzichte van de SM heeft de S nog een troef achter de hand: hij is bij uitstek geschikt om offroad mee te gaan. De handvatten zitten iets hoger en dichterbij, en de voetsteunen staan verder naar voren. Het resultaat is een comfortabelere stahouding, die offroadrijden een stuk gemakkelijker maakt. Het helpt ook dat de S geweldige vering heeft: weinig stick-slip, uitgekiende demping, genoeg souplesse om alle gaten, bulten en stenen op te vangen en genoeg stugheid om stabiel te blijven. Op modderpaden blijft de S goed in het spoor, zolang je maar snelheid houdt. Daarbij komen de lossende eigenschappen van de IRC-banden tot hun recht: ze laten een mooi noppenpatroon in de modder achter. Dat de tractiecontrole een Gravel-stand heeft, is een extra hulpmiddel. Normaal grijpt de tractiecontrole in door de gasklep te sluiten als het verschil in wielsnelheid te groot wordt. In de Gravel-stand grijpt de tractiecontrole minder snel in, wat een gecontroleerde hoeveelheid slip toelaat. Zo behoud je tractie op een losse ondergrond en kan je – binnen veilige marges – een beetje driften. Voor offroadrijders is het verder handig om te weten dat beide DR’en een uitwasbaar luchtfilter hebben, dat je via een luik aan de linkerkant onder het zadel kan bereiken. Je moet er wel een stuk of vier schroefjes voor losmaken.

Juiste gereedschap

Terug op het asfalt valt op dat de DR-Z4S bijna net zo licht en gemakkelijk stuurt als de SM, zij het net iets minder flitsend. Het zwaartepunt ligt wat hoger, de naloop is langer en de grotere wielen hebben meer gyroscopisch effect, en dat merk je. Ook het remmen gebeurt een tikje minder fel – logisch, met een kleinere voorremschijf. Daar is ook bewust voor gekozen, want vooral offroad moeten de remmen niet al te fel aangrijpen, anders schuif je zo onderuit. Op het asfalt is meer grip en kan je van een fellere rem profiteren. Op de puur voor het tarmac bedoelde SM is dat dus een nuttige aanpassing.

Het principe is simpel: voor elke toepassing is er het juiste gereedschap. Voor fun op het asfalt kies je best voor de SM. Wil je ook de onverharde paden op, dan de S is zonder twijfel jouw vriend.

Suzuki’s eigen niche

Lange tijd lag de focus in de motorwereld op groter, sneller en zwaarder. Lichtgewichten werden met de nek aangekeken. Maar ineens zijn ze terug, de lichte, compacte machines. De KTM 390 Adventure, de BMW F450GS en de Kawasaki KLE 500 en de Honda CRF300L vormen inmiddels een compleet marktsegment. En daar sluit nu dus ook de Suzuki DR-Z4 bij aan, in een S- en SM-uitvoering.

Opvallend is de prijs: de Suzuki’s kosten 9.699 euro, en dat is toch twee à drieduizend euro meer dan hun concurrenten – zelfs 3.600 meer dan de CRF300L. Dat lijkt veel in deze klasse, maar er is een reden. De Suzuki DR-4S – waarvan de SM is afgeleid – is duidelijke veel meer op offroadgebruik gericht dan de meeste van zijn concurrenten. Zo heeft DR heeft een uitwasbaar schuimluchtfilter (de KTM en de CRF gebruiken een papierfilter). Bovendien staat vering op een hoger niveau: de DR heeft veruit de langste veerwegen, 280 mm voor en 296 mm achter. Dat is zelfs flink meer dan de toch aardig offroadgerichte CRF300L (234/260 mm) en de KTM (230/230 mm). De 46mm-voorvork van de DR biedt instelbare in- en uitgaande demping, de achterdemper heeft instelbare veervoorspanning, uitgaande demping, plus onafhankelijk in te stellen hi- en low-speed ingaande demping. Bij de CRF kan je alleen de veervoorspanning achter instellen. Bovendien heeft hij 11 pk minder.

Kortom: de DR leunt qua vering veel dichter aan bij de echte competitie-enduro’s zoals de KTM EXC 350 – die op zijn beurt weer 2.300 meer kost dan de DR’en. Maar die pure enduro’s zijn minder geschikt voor rijden op asfalt. Zo creëert Suzuki zijn eigen niche.

Mijn persoonlijke mening? Als ik uitsluitend op asfalt reed, zou ik voor een motor met meer pk’s en windbescherming gaan. Voor gemengd gebruik is die betere vering de meerprijs zeker waard. En puur offroad? Daarvoor heb ik nu een KTM EXC450. Dat zegt genoeg.

 

 

Tekst en foto's: Peter Aansorgh

Geschreven op 2 februari 2026
© Motoren & Toerisme