Rij-indruk: Brixton Cromwell 1200

Het aantal retro-motoren is niet meer bij te houden, althans onder de 500 cc. Boven de 1.000 cc is het vooral Triumph dat de plak zwaait met zijn legendarisch Bonneville-collectie. Maar het Oostenrijkse Brixton wil een deel van de koek en lanceert voor 2023 – een jaartje later dan verwacht – nu eindelijk zijn ‘big dog’: de Cromwell 1200. 

Tekst: Charly de Kinderen

 Foto’s: Bob Van Mol 

Brixton is voor ons geen onbekende. Het bedrijf behoort tot de Oostenrijkse KSR-Group, die meerdere merken in zijn portefeuille heeft. Ook de benaming Cromwell zagen we al eens in de vorm van een 125 cc en 250 cc. Prima motoren, maar zoals gezegd is de keuze en dus ook concurrentie in dit segment een stuk groter. Daarnaast biedt Brixton nog allerlei retro-geïnspireerde motoren aan. Zeker de Crossfire 500 kan met zijn X-vormige benzinetank op heel wat aandacht rekenen. Maar voor een echte doorbraak in de Europese markt pakt Brixton het groter aan en lanceert deze Cromwell 1200, een model dat een belangrijke stempel op het merk moet drukken. 

2023_Brixton_Cromwell1200_01

Naamsbekendheid

Dat ze veel belang hechten aan naamsbekendheid, zie je meteen. Het logo van Brixton is zo vaak terug te vinden op deze motor dat je de tel zou kwijtraken. Het spatbord, zadel, voetsteunen, handvatten, benzinetank, … Elke oppervlakte is aangegrepen om voorbijgangers duidelijk te maken met welk merk je onderweg bent. Weliswaar zonder patserig over te komen en met de ouderwetse Engelse klasse die voor de Cromwell duidelijk als inspiratie heeft gediend. De merknaam komt van de Londense wijk, zonder dat er een specifieke link is. Een goed gekozen naam, die een rijke historie suggereert. Dat blijkt uit de reacties van kennissen, die allemaal knikken alsof Brixton voor hen een begrip is, wat gezien de jonge leeftijd (2017) van het merk onwaarschijnlijk is. Maar dat de styling op punt staat is zonneklaar. Alles begint natuurlijk bij het hart: de motor. Die is vloeistofgekoeld maar heeft wel de klassieke koelvinnen. De twee pijpen uit geborsteld roestvrij staal zijn om van te smullen. Ze lopen uit elke cilinder met een perfecte curve in een vloeiende lijn tot achteraan. Geen uit de kluiten gewassen katalysatoren, gewoon een slanke lijn tot het uiteinde. Het lederen zadel is vlak en ruim genoeg voor een passagier. De wielen zijn gespaakt, zoals het hoort. De telescopische voorvork is afgewerkt met rubbers en achteraan zien we natuurlijk geen monoshock maar een dubbele stereovering. De ronde koplamp is op een moderne manier afgewerkt met een led-strip en zelfs de richtingaanwijzers zijn gewoon zoals het hoort. Het plaatje klopt, zoveel is duidelijk, en ook de afwerking is beter uitgevallen dan verhoopt.   

Vals traag

De parallelle tweecilinder is een pronkstuk, maar bovenal een prima krachtbron om dit stalen gevaarte lekker van zijn plaats te stuwen. Daarvoor koop je immers een 1.222 cc, kleinere motoren van deze categorie zijn er al genoeg. Wat je krijgt, ligt binnen de verwachtingen: 83 pk aan 6.550 opm en 108 Nm aan 3.100 opm. En die prestaties zijn in cijfers quasi gelijk aan wat de Triumph Bonneville T120 kan voorleggen: ook een vloeistofgekoelde paralleltwin van 1.200 cc met een enkele bovenliggende krukas (270°) en vier kleppen per cilinder. Ik maal er niet om en rijd met veel plezier verloren in de mistige polders van het Verdronken Land van Saeftinghe. Een mysterieuze naam die tot de verbeelding blijft spreken. Het illustere zwart past wel in deze setting en de ronde led-koplamp schijnt fel doorheen de mistbanken. Dit motorblok heeft op het eerste zicht een bescheiden vermogen, maar met temperaturen die het vriespunt naderen zou het zou toch een dwaze onderneming zijn om het volledig aan te spreken. De Pirelli Phantom Sportscomp-banden zouden voor de nodige kwaliteit en grip moeten zorgen, maar ik denk dat weinig motorbanden echt geschikt zijn voor dit soort koud en vochtig weer. Rustig aan doen is de boodschap. Met zijn lange versnellingen hoef je sowieso weinig te schakelen en doe je het automatisch langzamer aan. Maar ik wil toch eens voelen wat het motorblok te bieden heeft en verander via een knop op het stuur het karakter van Eco naar Sport. Het motorblok geeft evenveel vermogen maar de gaskleppen gaan sneller open waardoor-ie agressiever aanvoelt. Het verschil in gasrespons is best opvallend en ik verkies eerder de zachtere aanpak van de Eco-modus. De digitale teller transformeert trouwens mee met de agressievere instelling, het toont een thema dat snelheid uitstraalt. Er is duidelijk over nagedacht en het is knap uitgevoerd. Voor deze landwegen biedt het motorblok meer dan voldoende vermogen, je hebt zelfs overschot. 83 pk lijkt misschien niet veel, maar opnieuw kom ik tot de conclusie dat dit een realistisch cijfer is. Want draai je met deze tweecilinder lekker door, dan rijd je overal veel te snel. De rijkdom aan koppel onderin gecombineerd met lange versnellingen, bewijst zich weer als een goede combinatie. Verder is er een knop om de tractiecontrole uit te schakelen en zowaar cruisecontrol, en dat allemaal standaard. 

Het volledige verslag lees je in het volgende nummer van Motoren & Toerisme of via Testpiloot

Brixton Cromwell 1200
Motor: vloeistofgekoelde tweecilinder lijnmotor viertakt
CI: 1,222 cc
Rijklaar gewicht: 235kg
Vanaf: € 10.999,00
Geschreven op 6 december 2022
© Motoren & Toerisme