Klassiek toeren: Op stap met Opa

Mijn opa is de 50 voorbij maar voelt zich nog springlevend en dus trokken we er een weekendje samen op uit. Ikzelf ben nog een groentje en wou wel eens weten hoe dat voelde om samen met die oudjes een tocht van 700 km af te haspelen, op 2 dagen welteverstaan, maar toch, je moet het maar doen op die leeftijd. We namen samen met 200 anderen deel aan de BOM veteranen tour met vertrek en aankomst in Berlare aan het Donkmeer. Ach ja, mijn opa luistert naar de roepnaam BMW R50/2 en was deelnemer, ik F900XR en reed met een PERS-hesje rond. Een verslagje:

Tekst en foto's: Geert Huylebroeck

M&T-medewerker Geert Huylebroeck staat klaar voor zijn vertrek in de BOM Veteranen Tour. Geert reed echter wel met de kleinzoon van de BMW R50/2, een F 900 XR.

BOM staat voor Berlaarse Oldtimer Motorvrienden, is een heel actieve club die meer dan 250 leden telt en dit jaar al voor de 11° keer dit evenement organiseerde. Deze tocht ontstond uit de befaamde “9 provinciën"-rit die voor het eerst gereden werd in 1987 . Oorspronkelijk deed ze effectief de, toen nog, 9 verschillende provinciën van België aan maar dat plan wijzigde achteraf en nu is het een tocht langsheen landelijke wegen vanuit Berlare met overnachting in Houffalize. Met 200 motoren van modeljaar 1960 of ouder en bromfietsen, die iets jonger mogen, is dat een echt rijdend museum wat altijd heel wat beziens krijgt onderweg. Laten we ons nu maar eerst klaar maken.

Boordgereedschap kan altijd van pas in de BOM Veteranen Tour.

Voor mij is dat allemaal simpel, benzine er in en we staan klaar. Voor alle veiligheid heeft mijn baasje toch maar wat regenkledij voorzien want ze hebben ons een paar buien beloofd dit weekend. Mijn opa echter heeft iets meer tijd nodig. Een zakje met een paar nieuwe bougiekes, een vodje, wat olie, een setje sleutels en wat kleine prullen behoren tot de basisuitrusting. Nu valt dat nog best mee want andere deelnemers hebben heel wat meer mee: vise-platinnékes, binnenband, spanbandjes, een litertje olie, een spanriem, en er zijn er zelfs die de meest onverwachte zaken mee hebben, een spie bvb. Overdreven zeg je ? Toch niet. 

Bekijk ik de deelnemerslijst dan merk ik dat de oudste machine gebouwd werd in 1928, een Harley, de oudste rijder moet iets jonger geweest zijn, maar de gemiddelde leeftijd van de deelnemers toch ook wel dik in de 50 vermoed ik. Wat me op ook opvalt is dat er steeds enkele enthousiaste jongere mensen bij komen aansluiten. Soms rijden ze de tocht eerst een paar keer met de brommer om nadien over te stappen op een zwaardere machine. Al zijn er natuurlijk ook bij die bij hun eerste liefde blijven. Dit jaar voor het eerst een japanse oldtimer: een Honda CA78 Dream, een 305 cc uit 1960. Heel zeldzaam trouwens. De deelnemers komen voornamelijk uit België maar dit jaar een aanzienlijke delegatie uit Nederland (46 deelnemers op de 200). Daarnaast nog enkele Duitsers, een Luxemburger en een Fransman. De Engelsen die vroeger massaal de overtocht maakten ontbreken dit jaar. Zou dat wat te maken hebben met de Brexit? De meesten zijn niet aan hun proefstuk toe. Dit zijn mannen die houden van een uitdaging, en dat is ook nodig. Voor sommigen begint die al met de overnachting in een tentje naast de festivalhal. Het is vroeg dag: ontbijt vanaf 6u, start eerste deelnemer 7 u en om 8 u is iedereen de baan op.

Moet er nog zand zijn?

De 333 km van vandaag is heel gevarieerd. De organisatie zorgt elk jaar ook voor een paar pittige stroken bestaande uit holle wegen of kasseistroken die niet zouden misstaan in Parijs-Roubaix. Ook dit jaar ontbreken ze niet. Frank De Boosere voorspelde kans op een bui maar dat viel al bij al nog reuze mee. Het ziet er soms wel dreigend uit maar op een paar druppels na blijft echt regenweer gelukkig uit. Ook al komt de zon af en toe eens piepen, echt stralend wordt het ook niet. Eigenlijk is dat goed nieuws voor de oudjes. Ze houden niet van uitersten. Te warm geeft nogal eens problemen want ze moeten het hebben van luchtkoeling. Ook de ontsteking houdt niet van hoge temperaturen. De wat oudere bobijnen geven dan minder sterke, of zelfs geen vonkjes meer met startproblemen als gevolg. Te nat is dan wel goed voor de koeling maar de bedrading en diezelfde ontsteking durft ook daartegen protesteren. Water is een goede geleider weet je en waterdichte fiches bestonden er toen nog niet. Toch kwam er af en toe wel eens iemand aan de kant te staan met pech. Europa Assistance of Touring is “not done”. De meeste piloten weten heel goed hoe hun machine in elkaar zit en wat er kan mis gaan. Dus werd 90% van de pannes ter plaatse opgelost en kon men na een kort oponthoud terug verder. Loopt het echt mis, of duurt te  reparatie gewoon te lang dan worden ze opgeladen door 1 van de volgwagens die het volledige parcours afrijden. Op de volgende controlepost worden ze dan overgeladen op de grote vrachtwagen. Of het dan “over and out” is wordt 's avonds pas beslist.

Oeps, iets verloren...

Ach ja, de route is veel te lang om te worden uitgepijld en dus krijgen de deelnemers een routeblad met aanwijzigen van de te volgen weg. Omdat er in België af en toe ook wel eens onverwachte werken of afgesloten stukken parcours op de route komen te liggen, rijdt een groep verkenners voorop. Zij zorgen er voor dat elke wijziging op het routeblad omzeild wordt door een ter plekke aangegeven omleiding. Chapeau voor die gasten want het is kunst-, vlieg- en plakwerk en zeker wanneer ze in de verte al de eerste deelnemer horen aankomen is er toch wel wat stress.

Ondertussen zijn we zelf ook al een eind gevorderd. Als stopplaats wordt het meestal de cafetaria van een plaatselijke sportclub of sporthal want de gemiddelde brasserie is niet in staat om op een uurtje tijd zoveel volk te bedienen. Vlug de inwendige mens wat versterken, een plasje en hop weer weg. Ja ja, het is werkendag.

FN M86 - 1936

De snelheid waarmee gereden wordt is beperkt. Je moet constant bezig zijn met het routeblad en de smalle bochtige wegen doen er ook al geen deugd aan. Het is tenslotte ook geen snelheidswedstrijd. Aan een gezapige 50 tot 80 per uur cruisen is meer dan voldoende om overal op tijd binnen te komen. Je mag dan al eens een afslagje missen, een bordje niet hebben zien staan of wat voorzichtiger over de kinderkopjes stuiteren, uiteindelijk komt dat wel weer goed. Voor mij en mijn opa is die snelheid geen probleem, maar wanneer je weet dat er machines zijn met een topsnelheid van 80, niet beschikken over achtervering en de voorvering heel primitief gebouwd is, dan begrijp je me al denk ik. En toch zijn er een paar snelle mannen bij. Ik werd op een bepaald ogenblik voorbij gespurt door een groepje Nederlanders en die gingen heel vlot over de 120 per uur, denk ik. Nu ja, de motor van zo'n Vincent kan dat wel aan maar met de wegligging van die smalle bandjes moet je toch wel op het randje zitten dan.  

Harley-Davidson WLA - 1942

Ook voor de brommer-mannen (en -vrouwen) is het geen lachertje, zeker wanneer het wat bergop gaat hebben ze het uiterst moeilijk. Het gaat de ganse dag volle bak, in de afdalingen wat snelheid proberen te pakken om de klim die erop volgt zo goed mogelijk te verteren. Vooral de haarspeldbochten zijn desastreus, want eens de snelheid weg is, moet het in een kleine versnelling tot helemaal boven. Toch chapeau voor die gasten. Ze krijgen als voordeel dat ze elke dag als eerste de baan op mogen maar toch ben ik verwonderd hoe goed ze het tempo kunnen volgen.

Ook al was het vertrek 's ochtends individueel, uiteindelijk wordt alles toch wat gegroepeerd en komen mensen die aan hetzelfde tempo rijden, of elkaar wat kennen, toch bij elkaar te zitten. Het wat drukkere verkeer van Vlaanderen hebben we al vlug geruild voor het prachtig mooie bochtenwerk van de Ardennen. Dorpen met klinkende namen als Erpe-Mere, Viane, Ath, Beloeil, Dour, Lobbes, Thuin, Philippeville, La Roche en Nadrin passeren de revue.Toch maar even de snelheid in het oog houden want ook hier kennen ze ondertussen het bestaan van flitspalen. Gelukkig staan ze steeds daar nog op voorhand aangegeven. Wanneer we de pijlen naar Houffalize zien dan weten we dat het einde van de eerste dag in zicht is. Een extra terrasje moet dan zeker kunnen, zeker voor wie van pech of tegenslagen gespaard is gebleven.

 

Marc RS4 - 1929

Het is druk in Ol Fosse d'Outh want er is daar net een manche van het BK mountainbike aan de gang dat weekend. Na het buffet verzamelt zowat iedereen in het parc fermé. Een beetje onderhoud kan geen kwaad, wat olie bijvullen, de bandenspanning nakijken, remmen en koppeling wat bijregelen, courante zaken dus. Voor enkelen is er echter meer werk aan de winkel. Op de depannage stonden 7 motoren te wachten op reparatie. De 3 lekke banden waren al snel hersteld, een andere moet de elektrische bedrading even bekijken en aan één van de brommers is wat laswerk. Wadde? Laswerk? Natuurlijk heeft er iemand een laspost bij, er is namelijk een mobiele werkplaats ter plaatse. Eén van die oudste machines, een Marc uit 1929, was al net na de start vastgelopen maar dat bleek nog niet zo erg. Het blok zit ondertussen weer los en door wat meer smering te geven zou het misschien wel lukken zei Frederik, de piloot. Dan kan hij weer de weg op,  samen met vriendin en zoon, want ook die nemen deel. Overal staan mensen bij elkaar en geven tips om de problemen op te lossen. Al kwam het wel eens tot een kleine discussie over het wel of niet en hoe het nu eigenlijk best zou aangepakt worden. Aan twee van de machines is er iets meer werk, een koppakking vervangen duurt al wat langer maar het meeste bekijks kreeg de Gilera Saturno. De primaire aandrijving deed het niet meer. Wat doe je dan? Even alles opengooien en kijken waar het probleem zit. Bleek dat de spie op de krukas in 2 was gebroken. Normaal denk je dan “over and out” maar plots kwam daar iemand aandraven met een nieuwe spie, en met de vraag of die misschien zou kunnen passen. Je gelooft het niet maar ….. ze paste. Dus alles weer terug in mekaar en klaar voor de volgende dag. Het was ondertussen al bijna donker en de baasjes gingen de lakens onder.

Even wat nameten.

Zondagochtend 8 uur was het weer zover, 347 km vandaag. Er werd gevraagd om wat stilletjes te zijn om de andere gasten niet meteen allemaal wakker te maken. Vrij moeilijk want veel van die machines beschikken over een open uitlaat. De brommers eerst op pad en nadien de anderen maar in omgekeerde volgorde van zaterdag. Reden is dat de hoogste nummers toegekend zijn aan leden van de BOM-club en die willen liefst als eersten aankomen. Velen van hen moeten namelijk nog wat assisteren bij de aankomst. Snappie ?

Wat is het toch zalig om zo vroeg op pad te zijn langsheen de glooiende hellingen langsheen de grens tussen Frankrijk en België. Hier kan je nog eens genieten van het motorrijden, geen snelheidsremmers, drukke centra of andere vervelende situaties. Gewoon tuffen, Nassonge, Our, Membre, Treignes, Maubeuge, Estinnes en Silly en natuurlijk zien da je geen afslag mist. Hier voel ik me echt in mijn sas. Gelukkig krijgen we soms wat assistentie van de lokale bevolking. Op een bepaald ogenblik staat een oud vrouwtje naar mij te wuiven. Blijkbaar moet ik de andere kant op. Ik stop even en ze verzekert me dat iedereen die daar de afslag neemt, na een tijdje terugkeert. Ze heeft gelijk, het bordje zit nogal goed verscholen onder wat bladeren van een struik. Vlug alles even vrij gemaakt en weer verder. Af en toe staat er weer eentje stil want sommige machines krijgen toch wel wat last met ontsteking en carburatie of ze verliezen, euh, af en toe een onderdeel. Maar ook nu de regel, als je het kan oplossen dan doe je dat toch, ook al moet je dan maar een zijspan met spanriemen vastmaken. Zoals aan de Saroléa bvb, omdat 1 van de 4 bevestigingen is afgebroken. Dochterlief in het bakje verliest er haar glimlach echter niet bij. Pieter, de piloot laat me trouwens een foto zien van ongeveer 25 jaar terug toen hij als klein mannetje achterop de Saroléa van pa deelnam aan de 9 provinciën. Generaties volgen elkaar op. Dus binnen 25 jaar?????

"Onze pa fikst dat zijspan wel..."

En zo gaat het maar verder, dorpje in en dorpje uit. De laatste stop, in Silly, duurt net iets langer omdat je er op een scherm de aankomst van het BK wielrennen kan meevolgen. Nog een laatste keer tanken en op de tripcomputer lees ik dat er gemiddeld 4 l/100 km verbruikt werd. Mijn opa, zonder zo'n groot scherm, die moet niet veel onder doen want, snel omgerekend komt hij toch ook maar aan 5 l uit. Het wordt weer wat drukker want Vlaams wordt terug de voertaal en dus recht naar Berlare.  Daar staan al heel wat nieuwsgierigen hun familieleden en vrienden op te wachten. Ze komen binnen in kleine groepjes, moe maar tevreden. Het is goed geweest, voor herhaling vatbaar en na een portie stoofvlees met friet, hoe Belgischer kan het, is het weer eens voorbij. Mijn baasje, iets minder moe maar even tevreden, die heeft natuurlijk een paar keer de vraag gekregen: hoe oud is die moto? Misschien moet hij de volgende keer toch nog maar weer eens een oud machientje uitproberen want het is toch een andere belevenis dan. En hij kan het weten.

 

Geschreven op 19 juli 2022
© Motoren & Toerisme