Retro-lijstje: de oorsprong van de Ducati Monster, Triumph Trident en MV Agusta Brutale

Voor de opkomende editie van Motoren & Toerisme - die vanaf 10 september in de winkel ligt - gingen we op pad met drie nieuwe nakeds: de Ducati Monster V2, MV Agusta Brutale 800 en Triumph Trident 800. Hoewel ze qua techniek en karakter sterk van elkaar verschillen, hebben ze één ding gemeen: ze dragen elk een modelnaam met een lange geschiedenis. Vandaag duiken we in het verhaal achter die modelnaam, op zoek naar de oorsprong van de Monster, de Trident en de Brutale.

Ducati Monster: geboren uit afwijzing

Het verhaal van de Monster begint in 1992, toen Ducati op de Motor Show van Keulen het prototype van de Monster 900 presenteerde. Het ontwerp kwam van Miguel Galluzzi en was een opvallende breuk met de toenmalige trend van volledig gestroomlijnde motorfietsen.

Ducati besloot in eerste instantie om de motorfiets in een beperkte oplage van 1.000 exemplaren te produceren. Galluzzi hield het ontwerp bewust eenvoudig, want een tank, een zadel, een motorblok, twee wielen en een stuur, was volgens hem alles wat een motor nodig had.

De Monster 900 gebruikte een stalen buizenframe dat zijn oorsprong vond in de 851/888-serie, en een 904cc lucht- en oliegekoeld motorblok uit de Supersport-reeks. Opvallend was ook de eenvoudig afneembare benzinetank, waardoor onder meer de batterij, zekeringen en luchtfilter eenvoudig bereikbaar waren.

Galluzzi werkte eerst bij Honda, waar hij geïnspireerd raakte door foto's van de Ducati F1 zonder kuipwerk. Het bracht hem op het idee om een motorfiets te ontwerpen waarbij de kuip grotendeels achterwege bleef. Honda kon zijn ontwerpidee echter niet smaken.

Nadat Honda zijn ontwerpen twee jaar lang herhaaldelijk afwees, kwam Galluzzi in contact met de gebroeders Castiglioni van het Italiaanse merk Cagiva, de toenmalige eigenaars van Ducati. Die ontmoeting zou een keerpunt betekenen in de ontwikkeling van zijn idee.

Tijdens zijn vakantie in 1991 ging Galluzzi zelf aan de slag met een prototype. Hij combineerde het frame van een Ducati 851 met een 900cc Ducati motorblok. Het resultaat werd de basis voor wat later de Monster zou worden.

Miguel Galluzzi

Ook de naam Monster - il Mostro in het Italiaans - heeft een opvallende oorsprong. Zoals vele kinderen in de nineties, verzamelden die van Galluzi's namelijk rubberen speelgoedmonstertjes.Toen Galluzzi door Ducati gevraagd werd naar een naam voor zijn project, kwam hij niet verder dan één woord: Mostro.

De lancering in Keulen in 1992 bleek het begin van een succesverhaal. De Ducati Monster groeide uit tot een van de belangrijkste modellen uit de geschiedenis van het merk. Met inmiddels meer dan 350.000 verkochte exemplaren wereldwijd, is de Monster ook vandaag nog altijd een bestseller voor Ducati.

Technische gegevens 1993 Ducati Monster 900

  • Cilinderinhoud: 904 cc
  • Maximaal vermogen: 73 pk bij 7.250 tpm
  • Topsnelheid: 190 km/u

Triumph Trident: de driecilinder die zijn tijd vooruit was

De eerste Triumph Trident verscheen in 1968 op de markt als de T150 en was daarmee de allereerste driecilinder van het Britse merk. Ingenieurs Bert Hopwood en Doug Hele ontwikkelden de driecilindermotor op basis van de verouderde 498cc T100-tweecilinder, waaraan een extra cilinder werd toegevoegd. De motor deelde zijn boring en slag met de TR25W-eencilinder.

Ook het chassis was niet volledig nieuw. De Trident kreeg een versterkte versie van het frame van de Bonneville, terwijl de indeling van de bedieningselementen nog stamde uit de tijd voor de oorlog.

De Trident deelde zijn technische basis met de BSA Rocket 3. Dat was geen toeval: Triumph maakte in die periode deel uit van de BSA-groep. Afgezien van de driecilinder was de styling van de Trident het enige echt nieuwe aspect, met een hoekige tank en uitlaatdempers in de stijl van een 'ray gun'. Hoewel de Trident eerder een evolutie dan een revolutie was, zorgde de driecilinder voor een ongekende soepelheid en een karakteristiek, meeslepend motorgeluid.

De eerste Trident kende echter geen vlotte start, en werd na enkele weken al overschaduwd door de kersverse Honda CB750, waardoor de eerste verkoopcijfers tegenvielen.

Op het circuit liet de Trident echter een heel ander gezicht zien. Daar groeide de driecilinder uit tot een competitieve machine. Zo behaalde de Trident tussen 1971 en 1975 vijf opeenvolgende overwinningen tijdens de Isle of Man TT in de productieklasse.

In de jaren 70 leek het verhaal van de Britse motorindustrie stilaan ten einde te lopen. Financiële problemen leidden tot een door de overheid gestuurde fusie tussen BSA en Norton. De herstructureringsplannen van het nieuwe bestuur zorgden voor grote onrust en uiteindelijk ook voor een staking onder de Triumph-medewerkers. In 1975 rolde uiteindelijk de laatste Triumph Trident van de productielijn.

Triumph maakte in 1983, onder de nieuwe naam Triumph Motorcycles Ltd., een doorstart. Zeven jaar later maakte ook de naam Trident een comeback. Tijdens de beurs van Keulen in 1990 presenteerde Triumph de nieuwe Trident 750 en 900, beide voorzien van een driecilindermotor.

Triumphs driecilinder vinden we vandaag nog in modellen als de Tiger, Speed Triple, Street Triple en Rocket. Sinds het debuut van de Trident 660 in 2021, zit ook de historische Trident-naam terug in het gamma.

Triumph Trident uit 1974

Technische gegevens 1968 Triumph Trident T150

  • Cilinderinhoud: 740 cc
  • Maximaal vermogen: 58 pk bij 7.250 tpm
  • Topsnelheid: ongeveer 188 km/u volgens historische tests

MV Agusta Brutale: Italiaanse stijl als nieuwe standaard

De MV Agusta Brutale is de jongste motorfiets van dit drietal. Het model werd in 2000 voorgesteld als de exclusieve Brutale 750 Serie Oro, een gelimiteerde uitvoering waarvan slechts 300 exemplaren werden gebouwd.

Het ontwerp kwam van Massimo Tamburini, die eerder al naam maakte bij Bimota en Ducati, als ontwerper van bijvoorbeeld de iconische Ducati 916. De Brutale was gebaseerd op de techniek van de MV Agusta F4, die eveneens door Tamburini was ontworpen.

Waar veel concurrenten ervoor kozen om hun sportmotor tot een naked te maken door simpelweg het kuipwerk weg te halen, koos Tamburini voor een andere aanpak. Met de Brutale creëerde hij een motorfiets die vanaf de tekentafel als naked was ontworpen, maar tegelijk de technische basis van een volbloed sportmotor behield.

De Brutale staat gekend om zijn uitgesproken design: de opvallende koplamp, enkelzijdige achterbrug en boven elkaar geplaatste uitlaatpijpen, werden kenmerkende elementen van het model. Samen zorgen ze voor de agressieve en herkenbare uitstraling die de Brutale tot op vandaag typeert.

De Serie Oro kreeg een 749cc viercilinder-in-lijn met een vermogen van 127 pk. In 2002 volgde het toegankelijk productiemodel, de Brutale 750 S. Het gamma werd later verder uitgebreid, met in 2006 de Brutale 910.

<p>Massimo Tamburini</p>

In 2021 werd, ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de Brutale, een bijzonder project aangekondigd. Andrea Tamburini, de zoon van de in 2014 overleden designer, kreeg de opdracht om de Brutale 1090, 990 en 920 opnieuw te ontwerpen - als eerbetoon aan zijn vader.

Technische gegevens 2001 MV Agusta Brutale 750 Serie Oro

  • Cilinderinhoud: 749,4 cc
  • Maximaal vermogen: 127 pk
  • Topsnelheid:  241km/h

Ontdek de moderne nazaten van deze drie motoren:

Ducati Monster
Motor: vloeistofgekoelde tweecilinder in V viertakt
CI: 890 cc
Drooggewicht: 175kg
Rijklaar gewicht: 189kg
Vanaf: € 12.590,00
Triumph Trident 800
Motor: vloeistofgekoelde driecilinder lijnmotor viertakt
CI: 798 cc
Drooggewicht: 184kg
Rijklaar gewicht: 198kg
Vanaf: € 9.995,00
MV Agusta Brutale 1000
Motor: vloeistofgekoelde viercilinder lijnmotor viertakt
CI: 998 cc
Drooggewicht: 210kg
Vanaf: € 23.000,00

Tekst: Dieter Jans

Foto's: Ducati, Triumph, MV Agusta, Moto Guzzi, Archief Alan Cathcart

Geschreven op 26 augustus 2026
© Motoren & Toerisme